Achtergrond Golf boven
Achtergrond Golf onder

Verordening nadeelcompensatie gemeente Altena 2022

Publicatiedatum:
donderdag 14 april 2022
Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Type bekendmaking:
algemeen verbindend voorschrift (verordening)



Verordening nadeelcompensatie gemeente Altena 2022

De raad van de gemeente Altena,

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 december 2021,

 

gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 van de Omgevingswet;

 

besluit:

 

Vast te stellen de Verordening nadeelcompensatie gemeente Altena 2022:

 

Verordening nadeelcompensatie gemeente Altena 2022

 

Besluit van de raad van de gemeente Altena tot vaststelling van de Verordening nadeelcompensatie gemeente Altena 2022

 

De raad van de gemeente Altena;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 december 2021

( nummer];

gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 van de Omgevingswet;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening nadeelcompensatie gemeente Altena 2022

Artikel 1. Toepassingsbereik

  • 1.

    De Verordening nadeelcompensatie beperkt zich tot nadeelcompensatie op grond van titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en afdeling 15.1 van de Omgevingswet (hierna: Ow).

  • 2.

    Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Awb, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente. In afdeling 15.1 van de Ow is een nadeelcompensatieregeling opgenomen die aansluit op de algemene regeling uit de Awb. De bepalingen van de Ow hebben voorrang boven de bepalingen van de Awb en bevatten een nadere afbakening van de schadeoorzaken.

  • 3.

    Indien een bestuursorgaan in de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak schade veroorzaakt die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico en die een benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft, kent het bestuursorgaan de benadeelde desgevraagd een vergoeding toe.

  • 4.

    Bij een aanvraag om vergoeding van schade die bestaat uit waardevermindering van een onroerende zaak die wordt veroorzaakt door een besluit op grond waarvan een of meer activiteiten is of zijn toegestaan buiten de locatie waar de onroerende zaak is gelegen of door een maatregel die buiten die locatie wordt getroffen, wordt een deel ter grootte van vier procent van de waarde van de onroerende zaak onmiddellijk voor het ontstaan van de schade aangemerkt als behorend tot het normale maatschappelijke risico als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen gevallen worden aangewezen waarin de schade wordt geacht niet uit te gaan boven het normale maatschappelijke risico.

  • 5.

    Deze verordening heeft geen betrekking op aanvragen om schadevergoeding waarop een bijzondere regeling van toepassing is.

Artikel 2. Heffen recht

  • 1.

    Voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding wordt een recht van € 500 geheven.

  • 2.

    Het college wijst de aanvrager erop dat voor het behandelen van de aanvraag dit recht verschuldigd is en deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na verzending van de mededeling op de rekening van de gemeente moet zijn gestort.

  • 3.

    Als het recht niet tijdig is betaald, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

Artikel 3. Aanvraag

  • 1.

    De aanvrager van schadevergoeding maakt gebruik van een door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.

  • 2.

    De aanvraag om tegemoetkoming in de schade moet voldoen aan de eisen die zijn vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht. De aanvraag wordt ondertekend door aanvrager en bevat in ieder geval: de naam en het adres van de aanvrager; de dagtekening; de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn; de aanduiding van het besluit of het overheidshandelen dat de schade veroorzaakt; een aanduiding van de aard van de schade en het bedrag van de schade en een specificatie daarvan, voor zover redelijkerwijs mogelijk.

  • 3.

    Het college tekent de datum van ontvangst aan op het aanvraagformulier. De ontvangst wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk medegedeeld aan aanvrager.

  • 4.

    Het college kan conform art. 4:5 Awb besluiten de aanvraag niet te behandelen indien de aanvraag niet voldoet aan een wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de behandeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking.

  • 5.

    In aanvulling op artikel 4:127 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een aanvraag mede:

    • a.

      als het schade betreft wegens winst- of inkomstenderving: jaarrekeningen over het jaar waarin schade is geleden en voor zover van toepassing de drie daaraan voorafgaande jaren en de aanslagen vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting. Tevens, indien de aanvraag betrekking heeft op een bedrijf, een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

    • b.

      als het schade betreft wegens gederfde huurinkomsten: een afschrift van de huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst en een eigendomsbewijs (ondertekende notariële akte van levering die bij het Kadaster is ingeschreven)

    • c.

      als het schade betreft wegens waardevermindering onroerend goed: een afschrift van de WOZ-beschikking en een eigendomsbewijs.

  • 6.

    Bij de toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht wordt naast de aanvrager voor zover van toepassing betrokken:

    • a.

      degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, en,

    • b.

      als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet, de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht, tenzij:

      • 1°.

        de schadevergoeding redelijkerwijze voor rekening behoort te blijven van het bestuursorgaan, of

      • 2°.

        de schadevergoeding voldoende op een andere manier is verzekerd.

Artikel 4. Adviescommissie

  • 1.

    Het college wint slechts advies in bij een adviescommissie voor zover dat naar zijn oordeel noodzakelijk is om op de aanvraag om schadevergoeding te kunnen beslissen.

  • 2.

    Het college kan opdracht verstrekken om ter zake van een aanvraag advies uit te brengen.

  • 3.

    Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet ingewonnen als:

    • a.

      de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan kennelijk ongegrond is, omdat zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

    • b.

      de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door het bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling;

    • c.

      de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan voldoende gelijkenis vertoont met andere aanvragen waarvoor al advies is uitgebracht;

    • d.

      de schadevergoeding kennelijk minder bedraagt dan € 500,- voor particulieren of € 1000,- voor bedrijven;

    • e.

      naar het oordeel van het college in de gemeentelijke organisatie voldoende deskundigheid voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is.

  • 4.

    Een onafhankelijke adviescommissie bestaat uit een of meer deskundigen die beschikken over voldoende deskundigheid inzake de advisering op het gebied waarover advies wordt gevraagd.

  • 5.

    Het college kan een adviescommissie benoemen als:

    • a.

      vaste commissie, waarbij de leden door burgemeester en wethouders voor een termijn van maximaal vier jaar worden benoemd met de mogelijkheid tot herbenoeming voor maximaal vier jaar, of

    • b.

      tijdelijke commissie voor advisering met betrekking tot een of meer aanvragen, door het bestuursorgaan dat de aanvragen behandelt.

    • c.

      Bij benoeming van een tijdelijke commissie is de mandaatregeling Altena van toepassing.

  • 6.

    Een lid van een adviescommissie mag niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de gemeente.

Artikel 5. Procedure

  • 1.

    Het college beslist op grond van de Algemene wet bestuursrecht in beginsel binnen acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Deze termijn kan worden verlengd.

  • 2.

    Als er een adviescommissie adviseert over de aanvraag wordt de beslistermijn in beginsel zes maanden, deze termijn kan op grond van artikel 4:130 Awb met zes maanden worden verlengd. Als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie, informeert het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden.

  • 3.

    Het college stelt aan de adviescommissie alle op de aanvraag betrekking hebbende informatie, alsmede de voor de beoordeling daarvan noodzakelijke bescheiden ter beschikking.

  • 4.

    De adviseur of de voorzitter van de adviescommissie stelt de aanvrager en de ambtelijk vertegenwoordiger(s) in de gelegenheid de aanvraag mondeling en of schriftelijk toe te lichten en de voor de advisering over de aanvraag relevante informatie te verschaffen, dan wel een standpunt van de gemeente over de aanvraag aan de adviescommissie kenbaar te maken. Eventuele andere betrokken bestuursorganen, alsmede de derde-belanghebbenden worden eveneens in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken.

  • 5.

    Indien daarvoor aanleiding bestaat, nodigt de adviescommissie de aanvrager voor een plaatsopneming uit. Hierbij kan tevens taxatie van de bij de aanvraag betrokken onroerende zaak plaatsvinden. De mondelinge toelichting van aanvrager en de bezichtiging kunnen gecombineerd plaatsvinden.

  • 6.

    Van de in het derde lid bedoelde mondeling toelichting en van de in het vierde lid bedoelde bezichtiging wordt een verslag gemaakt, dat een onderdeel vormt van het uit te brengen advies.

  • 7.

    Alvorens een advies uit te brengen zendt de adviescommissie binnen twaalf weken na de dagtekening van de opdracht tot advisering een concept daarvan aan de gemeente, aan de aanvrager, aan eventuele andere betrokken bestuursorganen en aan de derde-belanghebbenden.

  • 8.

    De voorzitter van de adviescommissie kan deze termijn onder opgaaf van redenen met ten hoogste vier weken verlengen.

  • 9.

    De aanvrager, het college, eventuele andere betrokken bestuursorganen alsmede de derde-belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na toezending van het conceptadvies schriftelijk hierop te reageren.

  • 10.

    In het geval tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviseur of de adviescommissie binnen vier weken na het verstrijken van de bedoelde termijn een advies uit aan het college, waarbij de betreffende reacties zijn betrokken.

  • 11.

    In het geval geen of niet tijdig reacties zijn ingediend, brengt de adviescommissie binnen twee weken na het verstrijken van de in het zevende lid bedoelde termijn een advies uit aan het college.

Artikel 6. Beschikking van het college

Het college beslist binnen tien weken na ontvangst van het advies op de aanvraag om nadeelcompensatie en maakt deze beslissing binnen deze termijn bekend aan de aanvrager, derde-belanghebbenden en andere betrokken bestuursorganen. Het college kan deze beslissing onder opgaaf van redenen, eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen.

Artikel 7. Uitbetaling

Indien het college een financiële tegemoetkoming vaststelt, vindt uitbetaling plaats op een door aanvrager schriftelijk aangegeven rekening uiterlijk binnen vier weken na het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag.

Artikel 8. Overgangsrecht

  • 1.

    De Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade Altena 2019, vastgesteld door de gemeenteraad van Altena op 8 januari 2019, blijft gelden voor aanvragen die op grond van de overgangsbepalingen nadeelcompensatie van de Omgevingswet volgens het oude recht afgehandeld dienen te worden.

  • 2.

    Een omgevingsvergunning die wordt verleend op grond van een regel in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan, als bedoeld in artikel 22.1 Ow, geldt niet als schadeveroorzakend besluit als bedoeld in artikel 15.1, tweede lid Ow.

Artikel 9. Intrekking, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade Altena 2019, vastgesteld door de gemeenteraad van Altena op 8 januari 2019, wordt ingetrokken met ingang van de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet.

  • 2.

    De Verordening nadeelcompensatie gemeente Altena 2022 treedt tegelijk met de Omgevingswet in werking.

  • 3.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening nadeelcompensatie gemeente Altena 2022.

Aldus besloten in de openbare vergadering

van de raad van de gemeente Altena van 8 maart 2022

de voorzitter,

drs. E.B.A. Lichtenberg MCM

de raadsgriffier,

drs. S.J. Peet