Achtergrond Golf boven
Achtergrond Golf onder

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Altena houdende regels omtrent de heffing en invordering van toeristenbelasting (Verordening toeristenbelasting 2020)

Publicatiedatum:
vrijdag 20 december 2019
Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Type bekendmaking:
Verordeningen



Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Altena houdende regels omtrent de heffing en invordering van toeristenbelasting (Verordening toeristenbelasting 2020)

De raad van de gemeente Altena;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

b e s l u i t :

vast te stellen de:

Verordening toeristenbelasting 2020

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder

  • a.

    vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;

  • b.

    mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn en gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;

  • c.

    vaste jaarplaats: een terrein of terreingedeelte, waarop gedurende een jaar een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen is geplaatst dat doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd;

  • d.

    vaste seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte, waarop gedurende een seizoen een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen is geplaatst dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd en waarin het gedurende de winterperiode niet toegestaan is om te overnachten;

  • e.

    seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte waarop gedurende het seizoen een zelfde mobiel kampeeronderkomen is geplaatst, dat na afloop van het seizoen van de plaats wordt verwijderd;

  • f.

    toeristische plaats: een terrein of terreingedeelte dat gebruikt wordt voor het gedurende een jaar of seizoen plaatsen van steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens;

  • g.

    arrangement: het gebruik van een toeristische plaats gedurende een vooraf vastgelegde periode van minimaal vier weken voor een vast huurbedrag;

  • h.

    voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend aan het eind van de maand juni;

  • i.

    verlengd voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend in de eerste helft van de maand juli;

  • j.

    naseizoenarrangement: een arrangement met een looptijd van ongeveer twee maanden, startend na het hoogseizoen en eindigend bij de afloop van het kampeerseizoen;

  • k.

    maandarrangement: een arrangement met een looptijd van één maand gedurende de maand juni of september.

Artikel 2. Belastbaar feit

Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor:

  • a.

    het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.

  • b.

    het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, indien deze personen gedurende hun verblijf beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden verrichten voor of in opdracht van anderen.

Artikel 3. Belastingplicht

  • 1.

    Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2.

  • 2.

    De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

  • 3.

    Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

Artikel 4. Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:

  • 1.

    van degene die:

    • a.

      verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;

    • b.

      als gebruiker van een woonwagen of woonschip als bedoeld in de Woonwagenwet onderscheidenlijk in de Wet op woonwagens en woonschepen, daarin overnacht;

  • 2.

    van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers;

Artikel 5. Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar.

Artikel 6. Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

  • 1.

    Ter zake van verblijf in mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen of op vaste seizoensplaatsen of voor mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen voor vakantie of recreatief gebruik wordt het aantal overnachtingen forfaitair vastgesteld.

  • 2.

    De forfaitaire berekeningswijze is uitsluitend van toepassing voor jaarplaatsen, (vaste) seizoenplaatsen en arrangementen die gebruikt worden door één en hetzelfde gezin of echtpaar, dan wel dezelfde persoon of personen.

  • 3.

    Bij de forfaitaire berekening wordt het aantal overnachtingen per verblijfsruimte vastgesteld op het product van het voor die verblijfsruimte in het vierde lid vastgestelde aantal personen dat heeft overnacht en het voor die verblijfsruimte in het vijfde lid vastgestelde aantal malen dat is overnacht.

  • 4.

    Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:

    • a.

      mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen, bepaald op 2,3;

    • b.

      mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste seizoenplaatsen bepaald op 2,1;

    • c.

      mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen bepaald op 2,5;

    • d.

      mobiele kampeeronderkomens op toeristische plaatsen bepaald op:

      • 1.

        2,6, indien sprake is van een voorseizoenarrangement;

      • 2.

        2,6, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement;

      • 3.

        2,4, indien sprake is van een naseizoenarrangement;

      • 4.

        2,1, indien sprake is van een maandarrangement.

  • 5.

    Het aantal malen dat door de in het tweede lid bedoelde personen is overnacht, wordt:

    • a.

      in geval van het vierde lid, sub a, bepaald op: 60;

    • b.

      in geval van het vierde lid, sub b, bepaald op: 55

    • c.

      in geval van het vierde lid, sub c, bepaald op: 52;

    • d.

      in geval van het vierde lid, sub d, bepaald op:

      • 1.

        29, indien sprake is van een voorseizoenarrangement;

      • 2.

        39, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement;

      • 3.

        15, indien sprake is van een naseizoenarrangement;

      • 4.

        13, indien sprake is van een maandarrangement.

Artikel 7. (Opteren voor) niet-forfaitaire maatstaf van heffing

  • 1.

    Belastingplichtige kan in de aangifte verzoeken de maatstaf van heffing in afwijking van het bepaalde in artikel 6 vast te laten stellen op het werkelijk aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal.

  • 2.

    Dit verzoek wordt niet gehonoreerd indien de nachtregistratie zoals bedoeld in artikel 14 niet of niet juist is bijgehouden.

Artikel 8. Belastingtarief

Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 1,20.

Artikel 9. Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 10. Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting wordt bij wege van aanslag geheven;

  • 2.

    Er kan een voorlopige aanslag worden opgelegd voor ten hoogste het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld.

Artikel 11. Aanslaggrens

Belastingaanslagen van minder dan € 9,00 worden niet opgelegd.

Artikel 12. Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijnen.

Artikel 13. Aanmeldingsplicht

  • 1.

    De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de aan de aangewezen ambtenaren, bedoeld in de artikelen 231, tweede lid, onderdelen b en d en 232, vierde lid, onderdelen a en c, van de Gemeentewet.

  • 2.

    Het eerste lid geldt niet voor de belastingplichtige die in het jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening een aanslag toeristenbelasting heeft ontvangen of daarvoor aangifte heeft gedaan.

Artikel 14. Registratieplicht

  • 1.

    De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd gemeentelijk nachtverblijfregister.

  • 2.

    De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 6.

  • 3.

    De verplichting als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover de belastingplichtige een registratie voert waaruit het nachtverblijf van verblijfhoudenden kan worden vastgesteld.

Artikel 15. Overgangsrecht

  • 1.

    De ‘Verordening toeristenbelasting 2019 Aalburg’ van 10 december 2018 wordt vervallen verklaard met ingang van de in artikel 16, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    De ‘Verordening toeristenbelasting 2019 Werkendam’ van 10 december 2018 wordt vervallen verklaard met ingang van de in artikel 16, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 3.

    De ‘Verordening toeristenbelasting 2019 Woudrichem’ van 10 december 2018 wordt vervallen verklaard met ingang van de in artikel 16, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 16. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

Artikel 17. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening toeristenbelasting 2020’.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Altena van 17 december 2019.

De griffier,

drs. S.J. Peet

De voorzitter,

drs. E.B.A. Lichtenberg