Achtergrond Golf boven
Achtergrond Golf onder

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena houdende regels omtrent het kernenbudget (Subsidieregeling kernenbudget Altena 2020)

Publicatiedatum:
vrijdag 5 juni 2020
Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Type bekendmaking:
Verordeningen



Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena houdende regels omtrent het kernenbudget (Subsidieregeling kernenbudget Altena 2020)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena;

 

gelet op de Algemene subsidieverordening Altena 2019 (ASV);

 

Overwegende dat:

  • a)

    het college op basis van artikel 3 van de ASV bij subsidieregeling vaststelt welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie;

  • b)

    het college op basis van artikel 3 van de ASV bij subsidieregeling tevens kan bepalen welke doelgroepen in aanmerking komen voor subsidie;

  • c)

    de ASV op het verstrekken van subsidies van toepassing is, voor zover daarvan niet bij subsidieregeling wordt afgeweken;

 

Besluit vast te stellen de Subsidieregeling kernenbudget Altena 2020.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a)

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • b)

    ASV: Algemene subsidieverordening Altena 2019;

  • c)

    gemeente: de gemeente Altena;

  • d)

    inwoner: een persoon die is ingeschreven in de basisregistratie Personen van de gemeente op een adres in de gemeente en die ook feitelijk in de gemeente woont;

  • e)

    bewonersinitiatief: één of meer activiteiten van natuurlijke personen en / of rechtspersonen, gericht op de verbetering van het woon-, werk- en / of leefklimaat in de gemeente, op dorps-, straat-, buurt-, wijk- en / of gemeenteniveau;

  • f)

    activiteiten: handelingen die voortkomen uit een bewonersinitiatief;

  • g)

    leefbaarheid: mate van gebruik- en belevingswaarde van een straat, buurt, wijk en / of gemeenschap.

  • h)

    subsidieontvanger: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie krachtens deze regeling subsidie is verstrekt

Artikel 2. Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is alleen van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde bewonersinitiatieven.

Artikel 3. Bewonersinitiatieven

  • 1.

    Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor bewonersinitiatieven die vallen binnen ten minste één van de volgende thema’s en die tevens voldoen aan het bepaalde in dit artikel:

    • a)

      leefbaarheid in de buurt of de wijk, waaronder openbare groenvoorzieningen en sociale betrokkenheid, ontmoeting en verbinding;

    • b)

      (sociale) veiligheid;

    • c)

      ouderen;

    • d)

      jeugd;

    • e)

      duurzaamheid;

    • f)

      educatie.

  • 2.

    Het bewonersinitiatief moet bijdragen aan het realiseren van het doel van de subsidie: het geven van een positieve impuls aan de maatschappelijke samenhang in de kern, de wijk, de buurt en / of de straat. Dit kan onder meer aantoonbaar worden gemaakt door:

    • a)

      de aanvraag te voorzien van een bijlage met de handtekeningen van de op het bewonersinitiatief betrokken ondernemers, dorps- of buurtbewoners;

    • b)

      bij de aanvraag, de samenwerking tussen inwoners, ondernemers of maatschappelijke organisaties inzichtelijk te maken;

    • c)

      bij de aanvraag de relatie met de doelgroep waarop de activiteit is gericht aantoonbaar weer te geven;

    • d)

      bij de aanvraag, op basis van ervaring en of studie, de verwachte effecten weer te geven.

  • 3.

    Het collectieve belang dat door het bewonersinitiatief wordt gediend moet groter zijn dan het eigen belang van de subsidieontvanger.

  • 4.

    In het kader van het bewonersinitiatief moet sprake zijn van eigen inzet van de subsidieontvanger, in de vorm van geld, middelen of eigen tijd. De eigen inzet moet zich in redelijke mate verhouden tot het bedrag van de gevraagde subsidie.

  • 5.

    Het bewonersinitiatief komt slechts éénmalig in aanmerking voor subsidie, ook indien het bijvoorbeeld in twee of meer opeenvolgende kalenderjaren, al dan niet gewijzigd, wordt ontplooid.

  • 6.

    Bewonersinitiatieven die op grond van een andere gemeentelijke subsidieregeling kunnen worden gesubsidieerd, komen niet in aanmerking voor een subsidie op basis van deze subsidieregeling.

  • 7.

    Er wordt geen subsidie verstrekt in de vorm van een vrijwilligersvergoeding.

Artikel 4. Doelgroepen

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan:

  • a)

    een natuurlijke persoon die inwoner is van de gemeente;

  • b)

    een groep van natuurlijke personen die allen inwoner zijn van de gemeente;

  • c)

    een bij notariële akte opgerichte rechtspersoon die in de gemeente Altena is gevestigd.

Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    Voor subsidie komen alleen in aanmerking de redelijkerwijs te maken kosten die direct verbonden zijn met een bewonersinitiatief als bedoeld in artikel 3 van deze regeling.

  • 2.

    Niet in aanmerking voor subsidie komen:

    • a.

      onvoorziene kosten

    • b.

      kosten voor kinderopvang

    • c.

      reiskosten, salaris, vrijwilligersvergoedingen, presentjes, prijzen voor verlotingen.

    • d.

      uitgaven waaraan directe inkomsten zijn verbonden, bijvoorbeeld (programma)boekjes of consumpties die worden verkocht.

Artikel 6. Hoogte van de subsidie

Een subsidie bedraagt maximaal € 2.000,-- per bewonersinitiatief.

Artikel 7. Subsidieplafond

Het subsidieplafond wordt jaarlijks door het college vastgesteld.

Artikel 8. Wijze van verdeling

  • 1.

    Verstrekking van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2.

    Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen.

  • 3.

    Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, door middel van loting gerangschikt.

Artikel 9. Aanvraag

In aanvulling op het bepaalde in artikel 6, tweede lid, van de ASV beschrijft de aanvrager in de aanvraag:

  • a)

    hoe het te subsidiëren bewonersinitiatief zal bijdragen aan de verbetering van het woon-, werk- en / of leefklimaat in de gemeente, op dorps-, straat-, buurt-, wijk- of gemeenteniveau;

  • b)

    de wijze waarop mede dorps en of buurtbewoners bij de activiteit zijn betrokken;

  • c)

    de wijze waarop de veiligheid aan de orde is en hoe dit is geregeld;

  • d)

    op welke wijze het te subsidiëren bewonersinitiatief past in een of meer van de thema’s genoemd in artikel 3, eerste lid;

  • e)

    een planning, waaruit blijkt wanneer het te subsidiëren bewonersinitiatief wordt uitgevoerd en wanneer dit afgerond zal zijn;

  • f)

    welke investering in tijd of geld de aanvrager zelf doet in het te subsidiëren bewonersinitiatief; en

  • g)

    welke pogingen zijn ondernomen om het bewonersinitiatief op andere manieren te financieren en wat daarvan het resultaat is.

Artikel 10. Aanvraagtermijn

In afwijking van artikel 7, derde lid, van de ASV wordt een aanvraag om een subsidie ingediend ten minste 6 weken voordat de aanvrager voornemens is uitvoering te geven aan het bewonersinitiatief waarvoor de subsidie wordt gevraagd.

Artikel 11. Beslistermijn

In afwijking van artikel 8, tweede lid, van de ASV beslist het college op aanvragen om een subsidie binnen zes weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.

Artikel 12. Aanvullende weigeringsgronden

Overeenkomstig artikel 9, derde lid, aanhef en onder g. van de ASV kan subsidieverlening worden geweigerd als:

  • 1.

    in onvoldoende mate het doel, zoals beschreven in artikel 3 lid 1 van deze regeling, aannemelijk kan worden gemaakt;

  • 2.

    niet voldaan wordt aan het bepaalde in deze regeling;

  • 3.

    er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:

    • a)

      het bewonersinitiatief niet haalbaar of uitvoerbaar is binnen de in de aanvraag vermelde planning;

    • b)

      de initiatiefnemer doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet;

    • c)

      het initiatief voornamelijk betrekking heeft op privébelangen;

    • d)

      met het initiatief ook een commercieel doel wordt nagestreefd;

    • e)

      het beheer en onderhoud van de voorgestelde fysieke verbeteringen van de leefomgeving niet kunnen worden gewaarborgd; of

    • f)

      het initiatief al door anderen wordt uitgevoerd c.q. op een andere wijze door de gemeente is of wordt gesubsidieerd.

  • 4.

    in het geval dat zich een situatie voordoet zoals verwoord in artikel 4:6 Awb;

  • 5.

    het bewonersinitiatief leidt tot structurele kosten die ten laste komen van degemeente; of

  • 6.

    de veiligheid van degenen die bij de uitvoering van het bewonersinitiatief betrokken zijn niet voldoende gewaarborgd is.

Artikel 13. Verplichtingen

  • 1.

    Het college kan de in lid 2 tot en met lid 6 van dit artikel genoemde verplichtingen opleggen conform het bepaalde in artikel 4:37 Awb

  • 2.

    De subsidieontvanger zorgt ervoor dat de subsidie wordt besteed aan de uitvoering van het bewonersinitiatief en administreert de uitgaven zorgvuldig.

  • 3.

    De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk mededeling aan het college van veranderde omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van het bewonersinitiatief.

  • 4.

    De subsidieontvanger dient binnen twee maanden na afloop van de activiteit een inhoudelijke verantwoording in. De inhoudelijke verantwoording dient te bestaan uit een korte tekst vergezeld van bonnetjes en/of betalingsbewijzen.

  • 5.

    Subsidieontvangers die activiteiten ontplooien waarbij kinderen zijn betrokken, dienen maatregelen te nemen gericht op het waarborgen van een veilige omgeving voor kinderen.

  • 6.

    De subsidieontvanger stemt met het indienen van de aanvraag in met eventuele publicatie van de aanvraag om subsidie en van het besluit tot verlening van de subsidie.

Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van openbare bekendmaking.

  • 2.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling kernenbudget Altena 2020.

Altena, 19 mei 2020

burgemeester en wethouders van de gemeente Altena,

de secretaris,

drs. A.J.E. van der Werf-Bramer

de burgemeester,

drs. E.B.A. Lichtenberg MCM

Toelichting

Algemene toelichting

In het Bestuursakkoord en het Collegeprogramma geven we ruimte aan de kernen om zelf met initiatieven te komen. We mikken hiermee op activiteiten die het samenbindend karakter binnen of tussen de kernen bevorderen, met een duidelijke maatschappelijke meerwaarde. Een eigen bijdrage vanuit de initiatiefnemers of de kernen, bijvoorbeeld door ureninzet of cofinanciering, hoort daarbij. Vanaf 2019 is voor dit doel in totaal € 55.000 (€ 1,00 per inwoner) beschikbaar. Vanaf 2020 zal het kernenbudget met € 10.000 per jaar groeien.

Dit besluit is uitgewerkt in de subsidieregeling Kernenbudget Altena 2020. De Subsidieregeling Kernenbudget is op de ASV gebaseerd. Het subsidieplafond wordt jaarlijks vastgesteld. Het doel van het Kernenbudget is om initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers mogelijk te maken die het woon-, werk- of leefklimaat in Altena verbeteren. Via het budget stimuleert en ondersteunt de gemeente deze bewonersinitiatieven door deze geheel of gedeeltelijk te subsidiëren. Ook faciliteert de gemeente bewonersinitiatieven door daarvoor expertise vanuit de gemeentelijke organisatie beschikbaar te stellen en door initiatiefnemers te verbinden met elkaar of met (rechts-) personen in de gemeente die het initiatief verder kunnen helpen.

 

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In dit artikel worden diverse begrippen omschreven.

Uit de beschrijving van het begrip bewonersinitiatief blijkt, dat ernaar wordt gestreefd om uit het Kernenbudget bewonersinitiatieven te subsidiëren die op langere termijn een positief effect hebben op de samenleving. Als bij het uitvoeren van een bewonersinitiatief iemands eigendom betrokken is, moet de eigenaar dit uiteraard wel goed vinden. Het is in deze context van belang om te bedenken dat niet iedere openbare ruimte eigendom is van de gemeente.

 

Artikel 2. Toepassingsbereik

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 3. Bewonersinitiatieven/activiteiten

Subsidies worden alleen verstrekt voor bewonersinitiatieven die vallen binnen ten

minste één van de thema’s.

  • a)

    leefbaarheid in de buurt of de wijk, waaronder openbare groenvoorzieningen en sociale betrokkenheid, ontmoeting en verbinding;

  • b)

    (sociale)veiligheid;

  • c)

    ouderen;

  • d)

    jeugd;

  • e)

    duurzaamheid;

  • f)

    educatie.

 

Ad a. Een belangrijk uitgangspunt van het Kernenbudget is de inzet van betrokkenen voor elkaar en voor hun leefomgeving. Een initiatief kan een breder effect hebben en ook bijdragen aan ambities die niet in de subsidieregeling zijn vermeld.

Een bewonersinitiatief draagt er aan bij dat de leefbaarheid verbetert en of mensen een grotere waardering krijgen voor hun leefomgeving.

 

Ad b. De veiligheid in Altena is een groot goed. De gemeente werkt daar, samen met partners, hard aan. Ook bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties

kunnen een belangrijke bijdrage leveren. Dit geldt in het bijzonder op het gebied van de sociale veiligheid in de straat, buurt, wijk of gemeente. Het kan hierbij gaan om zowel objectieve als subjectieve veiligheid. Het realiseren van deze ambitie moet gebeuren in een samenwerkingsverband, omdat dit op veiligheidsgebied de beste resultaten oplevert die ook op langere termijn een positief effect hebben. Hierbij wordt opgemerkt dat gevoelens van veiligheid ook samenhanghangen met de verbinding tussen bewoners in de wijk, het elkaar kennen en met de mate van onderhoud van bijvoorbeeld voortuinen en raamdecoratie.

 

Ad c. Als (waardevolle) contacten komen te vervallen, kan bij ouderen de vraag ontstaan wat voor zin het leven nog heeft. Het leven kan worden ervaren als leeg en zonder doel. Om deze reden worden bewonersinitiatieven ondersteund die waarde toevoegen aan het eigen leven en ouderen helpen om voor anderen nuttig te zijn.

 

Hierbij kan worden gedacht aan het verrichten van vrijwilligerswerk, of deelname aan activiteiten gericht op kennisoverdracht, informeren, elkaar ondersteunen en het uitwisselen van ervaringen rond specifieke thema’s.

De meeste mensen hebben behoefte aan sociale contacten met anderen, het liefst met degenen met wie zij een interesse delen. Het hebben van contacten kan plezier en zin aan het leven geven. De kans dat het netwerk met het ouder worden kleiner wordt, is groot. Bijvoorbeeld omdat men geen onderdeel meer uitmaakt van een werkkring en doordat het netwerk kleiner wordt door sterfgevallen. Daarbij speelt dat door toenemende leeftijd het moeilijker kan worden om contacten te onderhouden en nieuwe contacten aan te gaan omdat de vitaliteit en hierdoor mobiliteit afneemt. Bewonersinitiatieven die gericht zijn op het vormen en behouden van een netwerk en het voor een langere periode ontmoeten van anderen worden derhalve gestimuleerd.

Het kan ook gaan om bewonersinitiatieven waardoor jongeren en ouderen bij elkaar worden gebracht, gezamenlijk activiteiten ondernemen, gezamenlijk activiteiten organiseren of waarbij de ene groep een activiteit organiseert voor de andere groep. De gedachte hierachter is, dat het leggen van een verbinding tussen jongeren en ouderen bijdraagt aan ontmoeten, zingeving en het voorkomen en tegengaan van eenzaamheid. Wanneer mensen zich eenzaam voelen is dit slecht voor hun gevoel van welzijn. Ook blijkt uit onderzoek dat de gezondheid van mensen die zich eenzaam voelen minder goed is dan van degenen die niet eenzaam zijn. Het is daarom belangrijk eenzaamheid te voorkomen. Bewonersinitiatieven die bijdragen aan het vormen van een eigen netwerk en het aangaan van nieuwe contacten door ouderen kunnen in dit kader voor subsidie in aanmerking komen.

 

Ad d. Er zijn verschillende manieren waarop bewonersinitiatieven kunnen bijdragen aan het gezond en onbezorgd opgroeien van jeugd in Altena. Het kan bijvoorbeeld door vergroting van ouderbetrokkenheid, bevordering van het omgaan met diversiteit door jeugd, bevordering van een positief zelfbeeld respectievelijk bestrijding van depressie bij jeugd, preventie alcohol en drugs en door het verantwoord leren omgaan met sociale media door jeugd.

Ouderbetrokkenheid is de (emotionele) betrokkenheid en (mede)verantwoordelijkheid van ouders of verzorgers bij de ontwikkeling en het onderwijs van hun kind, in alle leefwerelden:

de straat, het internet, vrije tijd, school, opvang en het gezin. Vanuit het kernenbudget kunnen bijvoorbeeld bewonersinitiatieven worden ondersteund rond de versterking van het netwerk rond het kind.

Diversiteit verwijst naar het omgaan met verschillen op het gebied van religie, sekse, seksuele oriëntatie en genderidentiteit, cultuur en etnische afkomst, uiterlijke kenmerken en het omgaan met beperkingen. Bewonersinitiatieven op dit terrein kunnen leiden tot het vergroten van onderling begrip en tot het bevorderen van een inclusieve samenleving.

Een positief zelfbeeld heeft te maken met sociaal-emotionele vaardigheden, omgaan met negatieve gedachten en de manier waarop mensen over zichzelf, anderen en de wereld denken. Een positief zelfbeeld versterkt de sociale vaardigheden en de emotionele weerbaarheid van kinderen en jongeren.

Bewonersinitiatieven die als resultaat hebben dat jeugdigen verantwoord omgaan met sociale media versterken de verzameling competenties (begrip, gebruik, communicatie en strategie) die zij nodig hebben om actief en bewust deel te nemen aan de mediasamenleving.

Bovenstaande heeft een belangrijke relatie met één van de speerpunten van de gemeente: het jeugdpreventiebeleid alcohol en drugs.

Bij het uitvoeren van bewonersinitiatieven die vallen onder het thema jeugd is het wenselijk dat initiatiefnemers samenwerken met andere partijen in Altena die werken met jeugd. Dit zijn bijvoorbeeld organisaties op het gebied van onderwijs, sport, welzijn, buurtwerk of kinderopvang.

 

Ad e. Er wordt naar gestreefd dat Altena in 2046 een duurzame, groene en schone gemeente is. De uitstoot van CO2 door energiegebruik, verkeer en bedrijvigheid is op dat moment neutraal. Inwoners wekken individueel of collectief duurzame energie op en verbruiken minder energie dan nu. Bedrijven doen goede zaken in de nieuwe 'groene' economie. We maken bijna alleen nog gebruik van hernieuwbare grondstoffen. Altena is als groene gemeente voorbereid op een veranderend klimaat: bestand tegen extremere buien, droogte en hitte.

Bewonersinitiatieven die bijdragen aan de transitie naar een 100% duurzame gemeente in 2046 resulteren bijvoorbeeld in de vermindering van droogte, wateroverlast of hittestress, de opwekking van duurzame energie uit natuurlijke bronnen, hergebruik van grondstoffen door slimme manieren om afval te hergebruiken of te scheiden of duurzame mobiliteit.

 

Ad f. Bewonersinitiatieven die bijdragen aan het zo duurzaam mogelijk aan het werk of naar een opleiding helpen van inwoners kunnen zich bijvoorbeeld richten op toeleiding van jongeren naar de arbeidsmarkt of een vervolgopleiding. Het is van belang te voorkomen dat jonge mensen zonder werk of zonder deugdelijke opleiding op een zijspoor belanden omdat zij de aansluiting van opleiding naar werk hebben gemist. Zij moeten zo veel mogelijk worden bereikt om hen richting arbeidsmarkt of vervolgopleiding te begeleiden, zodat ook zij de belangrijke stappen kunnen maken die bij deze levensfase horen zoals vestiging op de arbeidsmarkt, gezinsvorming en een nieuwe woonsituatie.

 

In deze subsidieregeling staat het collectief belang voorop en is gesteld dat het te subsidiëren bewonersinitiatief daarom een bredere doelgroep moet bereiken dan alleen de subsidieontvanger(s) zelf. Dit uitgangspunt is verwoord in het tweede en derde lid. Op grond hiervan zal bijvoorbeeld de aanvraag van een particulier om subsidie voor de aanschaf van een schone auto of voor het energiezuinig maken van een woning in het kader van deze subsidieregeling niet gehonoreerd worden. Bij de aanvraag wordt gevraagd om een lijst met handtekeningen van betrokken inwoners. Bij voorkeur uit de doelgroep waarop het initiatief is gericht.

 

Deze subsidieregeling is ingezet om initiatieven te ondersteunen en maatschappelijke samenhang te bevorderen. Dit betekent ook dat de aard van de regeling is gevangen in een zo licht mogelijk regime van bureaucratische regeldruk. De voorwaarde om subsidie te verkrijgen zijn op basis hiervan vrij open geformuleerd. We vragen geen exact aantal en werpen geen drempels op om tot een besluit te kunnen komen. De weging op een aanvraag zal veelal ook in samenspraak met de dorpsraad en het aanwezige netwerk worden gedeeld.

 

Bij initiatieven die de facto bijdragen aan de verbetering van het woon-, werk- of leefklimaat zal in het algemeen kunnen worden verondersteld dat daar draagvlak voor is. Het bewonersinitiatief moet bijdragen aan het realiseren van het doel van de subsidie: het geven van een positieve impuls aan de maatschappelijke samenhang in de kern, de wijk, de buurt en / of de straat. Dit kan onder meer aantoonbaar worden gemaakt door indien nodig samen met de gebiedsregisseur de waarde te onderbouwen. De initiatiefnemer hoeft het bestaan van draagvlak niet exact te onderbouwen. In geval van twijfel over het draagvlak kan dit wel van hem worden gevraagd. Bijvoorbeeld door handtekeningen te verzamelen. Hetzelfde geldt als er signalen zijn dat er in de omgeving geen draagvlak is voor het bewonersinitiatief. Het is dan aan de initiatiefnemer om te proberen dit alsnog te creëren en aan te tonen dat dit ook is gelukt.

Het woord omgeving moet in deze bepaling breed worden opgevat. Het omvat bijvoorbeeld zowel de omwonenden in het geval een initiatief in de buitenruimte wordt genomen, als instellingen die met de uitkomsten van een initiatief te maken kunnen krijgen.

 

Van subsidieontvangers wordt bij het uitvoeren van het bewonersinitiatief eigen inzet gevraagd in de vorm van geld of tijd. Voor maatschappelijke organisaties kan dit bijvoorbeeld betekenen dat zij een deel van de personele inzet die nodig is voor het uitvoeren van het bewonersinitiatief zelf moeten bekostigen. Of sprake is van de in het vierde lid voorgeschreven redelijke verhouding tussen de eigen inzet en het ontvangen subsidiebedrag zal van geval tot geval verschillen.

 

De toekenning van subsidie uit het kernenbudget is éénmalig. Voor repeterende activiteiten is het dan ook van belang met name de opstart kosten onder deze noemer voor subsidie in aanmerking te laten komen. Dit kan bij voorbeeld voor de aanschaf van materiaal of voor de oprichtingskosten van een stichting zijn.

 

De subsidie kan niet worden gebruikt als vrijwilligersvergoeding.

 

Artikel 4. Doelgroepen

Op grond van artikel 3 van de ASV bepaalt het college voor zover van toepassing in een subsidieregeling ook welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen. In dit artikel wordt voor de Subsidieregeling Kernenbudget vastgelegd aan welke partijen een subsidie kan worden verstrekt.

De inwoners en maatschappelijke organisaties op wie deze subsidieregeling zich richt, vallen allen in een van de genoemde categorieën van mogelijke subsidieontvangers.

Bij de uitvoering van een bewonersinitiatief kan sprake zijn van samenwerking tussen inwoners, maatschappelijke organisaties of ondernemers. Binnen een samenwerkingsverband kunnen er één of meer partijen zijn die subsidie ontvangen voor het in gezamenlijkheid ondernomen bewonersinitiatief. Iedere subsidieontvanger is verantwoordelijk voor het nakomen van de verplichtingen die horen bij de aan hem verstrekte subsidie.

 

De gemeente is in beginsel niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit de uitvoering van het gesubsidieerde bewonersinitiatief maatschappelijk initiatief. Degene die het maatschappelijk initiatief bewonersinitiatief ontplooit en daarbij (op onrechtmatige wijze) schade veroorzaakt wel. Het is daarom van belang dat de subsidieontvanger een aansprakelijkheidsverzekering heeft die dergelijke schade dekt. Ten aanzien van subsidieverstrekking aan (een groep van) natuurlijke personen wordt het volgende opgemerkt:

 

1. Belang aansprakelijkheidsverzekering

Voor natuurlijke personen geldt dat zij voor de schade die het gevolg is van het uitvoeren van het bewonersinitiatief maatschappelijk initiatief in privé aansprakelijk kunnen zijn. Ook voor hen is het dan ook van groot belang dat deze aansprakelijkheid verzekerd is. Natuurlijke personen die op individuele basis gesubsidieerde activiteiten ontplooien, hebben in dit kader een andere positie dan natuurlijke personen die in organisatorisch verband actief zijn.

 

a. Aansprakelijkheidsverzekering - groep van natuurlijke personen

Indien de subsidieontvanger een groep van natuurlijke personen betreft, kan deze groep vallen onder de dekking van de VNG Vrijwilligersverzekering, waarvoor de gemeente een polis heeft afgesloten.

Deze verzekering is afgesloten ten behoeve van alle vrijwilligers die in enig organisatorisch verband onverplicht en onbetaald werkzaamheden verrichten ten behoeve van anderen of de samenleving en waarbij een maatschappelijk belang wordt gediend. Het gaat hierbij om een secundaire verzekering. Dit betekent dat deze verzekering alleen van kracht is, voor zover de schade niet is gedekt door een andere verzekering al dan niet van oudere datum.

 

Niet verzekerd zijn:

I. de vrijwillige politie en de vrijwillige brandweer, vanwege speciaal voor hen getroffen rechtspositieregelingen;

II. vrijwilligers die actief zijn voor een Vereniging van Eigenaren of een huurdersvereniging, omdat deze organisaties het eigen belang tot doel hebben en niet een maatschappelijk belang;

III. vrijwilligers die zich op individuele basis inzetten, zonder dat sprake is van enig organisatorisch verband.

 

b. Aansprakelijkheidsverzekering - natuurlijke personen die niet in organisatorisch verband actief zijn.

Indien de subsidieontvanger een natuurlijk persoon is die op individuele basis actief is, zonder dat sprake is van enig organisatorisch verband, dan valt deze subsidieontvanger niet onder de dekking van bovengenoemde verzekering. In dit geval is de subsidieontvanger afhankelijk van een eigen persoonlijke aansprakelijkheidsverzekering, waarbij het de vraag is of de persoonlijke aansprakelijkheidsverzekering schade dekt die voortvloeit uit de uitvoering

van het gesubsidieerde bewonersinitiatief maatschappelijk initiatief. Het is de verantwoordelijkheid van de subsidieontvanger om in dit geval contact op te nemen met zijn of haar verzekeraar om na te gaan wat onder de dekking van de verzekering valt en na te gaan wat de mogelijke (financiële) risico’s zijn.

 

2. Financiële verplichting

Wie in een groep van natuurlijke personen of als individueel natuurlijk persoon subsidie ontvangt, krijgt dit op persoonlijke titel. Dit betekent dat wanneer de afgesproken prestaties (waarvoor de subsidie is verleend) niet worden geleverd, de subsidie kan worden teruggevorderd. In dit geval is/zijn de subsidieontvanger(s) met zijn of haar privévermogen aansprakelijk.

 

3. Bijstandsuitkering

Indien een natuurlijk persoon een bijstandsuitkering ontvangt en hij of zij voornemens is om een subsidie aan te vragen, dan wordt aangeraden om voorafgaand aan de subsidieaanvraag dit voornemen te bespreken met de betrokken consulent van het wijkteam. Dit om te voorkomen dat de subsidie gezien wordt als inkomsten en mogelijk in mindering wordt gebracht op de uitkering, dan wel dat de uitkering later wordt teruggevorderd of dat er zelfs een boete wordt opgelegd. Ook zal de betrokken casemanager beoordelen of het is toegestaan om de gesubsidieerde activiteiten uit te voeren met behoud van uitkering en of dit past binnen een eventueel re-integratietraject.

 

4. Overige uitkeringen

Indien een natuurlijk persoon een uitkering, anders dan een bijstandsuitkering, ontvangt en hij of zij voornemens is om een subsidie in het kader van deze regeling te vragen, dan wordt aangeraden om voorafgaand aan de subsidieaanvraag dit voornemen te bespreken met de betrokken uitkerende instantie. In overleg met de instantie kan worden bepaald of het ontvangen van een subsidie en het uitvoeren van het gesubsidieerde bewonersinitiatief maatschappelijk initiatief mogelijk is of niet.

 

Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 6. Hoogte van de subsidie

Natuurlijke personen, al of niet verenigd in een groep, kunnen maximaal een subsidie van € 2.000 per bewonersinitiatief ontvangen. De reden hiervoor is het belang van de verdeling van het budget over de 21 kernen. Over de jaren heen dient dit in balans te zijn. Het budget wordt dus niet vooraf per hoofd van de bevolking verdeeld. Daarnaast zijn er zowel voor de subsidieontvanger als voor de gemeente risico’s verbonden zijn aan het verstrekken van een subsidie aan een natuurlijke persoon. Voor de natuurlijke persoon ligt dit in het feit dat hij of zij met zijn privévermogen aansprakelijk is voor het nakomen van de subsidieverplichtingen, waaronder de mogelijke verplichting om de subsidie terug te betalen als de gesubsidieerde prestaties niet worden geleverd. Omgekeerd bestaat voor de gemeente de kans dat de subsidieontvanger geen verhaal biedt als deze het gesubsidieerde maatschappelijk initiatief niet uitvoert en wordt besloten tot terugvordering van de subsidie.

 

Artikel 7. Subsidieplafond

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 8. Wijze van verdeling

Het begrootte bedrag wordt jaarlijks verdeeld op basis van de volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Indien op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag wordt ontvangen, wordt de onderlinge rangschikking van de aanvragen vastgesteld door middel van loting.

 

Artikel 9. Aanvraag

Artikel 9 bevat de eisen waaraan een subsidieaanvraag dient te voldoen. Voorafgaand aan de aanvraag zal degene die van plan is om een subsidie aan te vragen mogelijk overleggen met de gebiedsregisseur. Diens contactgegevens zijn te vinden via www.gemeentealtena.nl. De gebiedsregisseur zorgt ervoor dat de acties die in het kader van de (voorgenomen) subsidieaanvraag moeten worden ondernomen in goede banen worden geleid.

In overeenstemming met artikel 6, tweede lid van de ASV, moet een subsidie worden aangevraagd met gebruikmaking van het aanvraagformulier. Dit aanvraagformulier kan worden gevonden via www.gemeentealtena.nl.

Een van de uitgangspunten van het Kernenbudget is dat er bij inwoners behoefte moet zijn aan de activiteiten die in het kader van het bewonersinitiatief ondernomen zullen worden. Met de beschrijving die in de subsidieaanvraag moet worden gegeven met betrekking tot de onderdelen a tot en met g, zet de aanvrager uiteen waarom hij van mening is dat de samenleving met het initiatief gebaat zal zijn. Als het initiatief valt onder meer dan één thema, moeten voor al deze thema’s de na te streven ambities besproken worden.

Voor de hoogte van de verstrekken subsidie maakt het vanzelfsprekend wel verschil of met het bewonersinitiatief meerdere mensen gebaat zijn. In de aanvraag om subsidie moet derhalve ook worden beredeneerd waarom de opbrengst van het bewonersinitiatief in een redelijke verhouding staat tot het gevraagde subsidiebedrag (onder a).

Op grond van artikel 6, tweede lid, van de ASV moet de aanvrager van een subsidie onder meer een begroting en een dekkingsplan indienen betreffende de kosten van het maatschappelijk initiatief. Deze moeten uiteraard zo compleet mogelijk zijn. Dit betekent onder meer dat de aanvrager ook de omzetbelasting moet begroten, als hij er rekening mee moet houden dat deze over de subsidie geheven zal worden.

 

Artikel 10. Aanvraagtermijn

Aanvragen om subsidie worden door middel van de aanvraag- en beslistermijnen in dit en het volgende artikel gegroepeerd. De achtergrond hiervan is de wens, om degenen die een maatschappelijk initiatief willen gaan uitvoeren in zo kort mogelijke tijd tussen aanvraag en uitvoering te beschikken. Deze subsidieregeling kent geen subsidies die structureel per kalenderjaar worden verstrekt.

 

Artikel 11. Beslistermijn

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de termijnen geldt vanaf de datum van het indienen van de definitieve en complete aanvraag om subsidie. Omdat het college via de gebiedsregisseur van tevoren op de hoogte is van de op handen zijnde aanvragen, is de beslistermijn van de ASV ingekort tot zes weken.

 

Artikel 12. Aanvullende weigeringsgronden

Dit artikel beschrijft een aantal aanvullende weigeringsgronden. Hierbij wordt het te verwachten maatschappelijk effect afgewogen tegen individuele belangen. Het college kan de subsidie onder meer weigeren als het maatschappelijk initiatief leidt tot structurele kosten die ten laste komen van de gemeente. Dit zou bijvoorbeeld het geval kunnen zijn bij bewonersinitiatieven die leiden tot het realiseren van objecten in de openbare ruimte waarvoor de gemeente in de toekomst onderhouds- of vervangingskosten moet maken.

Ook kan een subsidie worden geweigerd als de veiligheid van de uitvoerders van het initiatief naar het oordeel van het college niet voldoende gewaarborgd is. Het is uiteraard de bedoeling dat het te subsidiëren maatschappelijk initiatief iets toevoegt aan het al bestaande aanbod in de gemeente. Aanvragen om subsidie voor activiteiten die niet aan deze eis voldoen kunnen worden afgewezen.

 

Artikel 13. Verplichtingen

De eerste leden spreken voor zich.

Een belangrijk aspect van het creëren van een veilige omgeving voor kinderen als bedoeld in Het vijfde lid, is het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Bij de invulling van het beleid, dat erop gericht is om een veilige omgeving voor kinderen te waarborgen, kan gedacht worden aan het vragen van een Verklaring omtrent het gedrag (VOG) van medewerkers die met kinderen werken. Tevens kan gebruik worden gemaakt van de toolkit en het stappenplan zoals omschreven op de website www.inveiligehanden.nl.

 

De opzet van het Kernenbudget is dat subsidieontvangers zoveel als mogelijk kennis en ervaringen delen met andere (toekomstige) initiatiefnemers. Op deze wijze versterken bewonersinitiatieven elkaar en komt de subsidiebijdrage niet alleen ten goede aan het initiatief zelf, maar ook aan toekomstige bewonersinitiatieven. Daarom is bepaald dat de aanvrager respectievelijk de ontvanger van een subsidie moeten instemmen met het openbaar maken van documenten waarvan de inhoud zinvol kan zijn voor anderen die een bewonersinitiatief willen ontplooien. Dit kan de subsidieontvanger bijvoorbeeld doen door deel te nemen aan bijeenkomsten of door gebruik te maken van sociale media. Op deze wijze ontstaat er een actieve ‘community van initiatiefnemers’ en ontstaan er mogelijk meer succesvolle initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers in de gemeente.

 

Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel

Dit artikel spreekt voor zich.