Achtergrond Golf boven
Achtergrond Golf onder

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena houdende regels omtrent subsidie (Subsidieregeling kernenbudget Altena 2021)

Publicatiedatum:
donderdag 11 februari 2021
Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Type bekendmaking:
Verordeningen



Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena houdende regels omtrent subsidie (Subsidieregeling kernenbudget Altena 2021)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena;

 

gelet op artikel 3, artikel 5 lid 1, artikel 6 lid 4, artikel 7 lid 4, artikel 8 lid 3 en artikel 9 lid 3 aanhef en onder g. van de Algemene Subsidieverordening Altena 2019;

 

Overwegende dat:

  • a)

    het college op basis van artikel 3 van de ASV bij subsidieregeling vaststelt welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie;

  • b)

    het college op basis van artikel 3 van de ASV bij subsidieregeling tevens kan bepalen welke doelgroepen in aanmerking komen voor subsidie;

  • c).

    de ASV op het verstrekken van subsidies van toepassing is, voor zover daarvan niet bij subsidieregeling wordt afgeweken;

Besluit: vast te stellen de navolgende Subsidieregeling kernenbudget Altena 2021.

 

Hoofdstuk 1. ALGEMEEN

Artikel 1. Algemene begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a)

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • b)

    ASV: Algemene subsidieverordening Altena 2019;

  • c)

    gemeente: de gemeente Altena;

Artikel 2. Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is alleen van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 4 bedoelde bewonersinitiatieven en de in artikel 16 bedoelde structurele activiteiten.

Hoofdstuk 2. EENMALIGE SUBSIDIE BEWONERSINITIATIEVEN

Artikel 3. Algemene begripsomschrijvingen hoofdstuk 2

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a)

    inwoner: een persoon die is ingeschreven in de basisregistratie Personen van de gemeente op een adres in de gemeente en die ook feitelijk in de gemeente woont;

  • b)

    bewonersinitiatief: één of meer activiteiten van natuurlijke personen, verenigingen of stichtingen, gericht op de verbetering van het woon-, werk- en / of leefklimaat in de gemeente, op kern-, straat-, buurt- of wijkniveau;

  • c)

    subsidieontvanger: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie krachtens deze regeling subsidie is verstrekt;

  • d)

    kern: één van de 21 (dorps)kernen van de gemeente.

Artikel 4. Bewonersinitiatieven

  • 1.

    Subsidie kan uitsluitend éénmalig worden verstrekt voor bewonersinitiatieven die vallen binnen ten minste één van de volgende thema’s en die tevens voldoen aan het bepaalde in dit artikel:

    • a)

      leefbaarheid in de buurt of de wijk, waaronder openbare groenvoorzieningen en sociale betrokkenheid, ontmoeting en verbinding;

    • b)

      (sociale) veiligheid;

    • c)

      ouderen;

    • d)

      jeugd;

    • e)

      duurzaamheid;

    • f)

      educatie.

  • 2.

    Het bewonersinitiatief moet bijdragen aan het realiseren van het doel van de subsidie: het geven van een positieve impuls aan de maatschappelijke samenhang in de kern, de wijk, de buurt en / of de straat. Dit kan onder meer aantoonbaar worden gemaakt door:

    • a)

      de aanvraag te voorzien van een bijlage met de handtekeningen van de op het bewonersinitiatief betrokken ondernemers, kern- of buurtbewoners;

    • b)

      bij de aanvraag, de samenwerking tussen inwoners, ondernemers of maatschappelijke organisaties inzichtelijk te maken;

    • c)

      bij de aanvraag de relatie met de doelgroep waarop de activiteit is gericht aantoonbaar weer te geven;

    • d)

      bij de aanvraag, op basis van ervaring en of studie, de verwachte effecten weer te geven.

  • 3.

    In het kader van het bewonersinitiatief moet sprake zijn van eigen inzet van de subsidieontvanger, in de vorm van geld, middelen of eigen tijd. De eigen inzet moet zich in redelijke mate verhouden tot het bedrag van de gevraagde subsidie.

  • 4.

    Het bewonersinitiatief komt slechts éénmalig in aanmerking voor subsidie, ook indien het bijvoorbeeld in twee of meer opeenvolgende kalenderjaren, al dan niet gewijzigd, wordt ontplooid.

  • 5.

    Bewonersinitiatieven kunnen slechts voor een subsidie op basis van deze subsidieregeling in aanmerking komen, indien ze niet op grond van een andere gemeentelijke subsidieregeling voor dezelfde activiteit kunnen worden gesubsidieerd.

Artikel 5. Doelgroepen

De éénmalige subsidie als bedoeld in artikel 4 wordt uitsluitend verstrekt aan:

  • a)

    een natuurlijke persoon die inwoner is;

  • b)

    een groep van natuurlijke personen die allen inwoner zijn; of

  • c)

    een bij notariële akte opgerichte stichting of vereniging die statutair in de gemeente is gevestigd.

Artikel 6. Kosten die voor éénmalige subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    Voor subsidie als bedoeld in artikel 4 komen alleen in aanmerking de redelijkerwijs te maken kosten die direct verbonden zijn met een bewonersinitiatief als bedoeld in artikel 4 van deze regeling.

  • 2.

    Niet in aanmerking voor subsidie als bedoeld in artikel 4 komen:

    • a.

      onvoorziene kosten;

    • b.

      kosten voor kinderopvang;

    • c.

      reiskosten, salaris, vrijwilligersvergoedingen, presentjes, prijzen voor verlotingen;

    • d.

      uitgaven waaraan directe inkomsten zijn verbonden, bijvoorbeeld (programma)boekjes of consumpties die worden verkocht.

Artikel 7. Hoogte van de éénmalige subsidie

Een subsidie als bedoeld in artikel 4 bedraagt maximaal € 2.000,-- per bewonersinitiatief.

Artikel 8. Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor subsidie als bedoeld in artikel 4 wordt jaarlijks door het college vastgesteld.

Artikel 9. Wijze van verdeling éénmalige subsidie

  • 1.

    Verstrekking van subsidie als bedoeld in artikel 4 vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2.

    Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen.

  • 3.

    Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, door middel van loting gerangschikt.

Artikel 10. Aanvraag éénmalige subsidies

In aanvulling op het bepaalde in artikel 6, tweede lid, van de ASV beschrijft de aanvrager om subsidie als bedoeld in artikel 4 in de aanvraag:

  • a)

    hoe het te subsidiëren bewonersinitiatief zal bijdragen aan de verbetering van het woon-, werk- en / of leefklimaat in de gemeente, op kern-, straat-, buurt- of wijkniveau en hoe wordt voldaan aan het bepaalde in lid 2 van artikel 4;

  • b)

    de wijze waarop kern- en/of buurtbewoners bij de activiteit zijn betrokken;

  • c)

    de wijze waarop de veiligheid aan de orde is en hoe dit is geregeld;

  • d)

    op welke wijze het te subsidiëren bewonersinitiatief past in één of meer van de thema’s genoemd in artikel 4, eerste lid;

  • e)

    een planning, waaruit blijkt wanneer het te subsidiëren bewonersinitiatief wordt uitgevoerd en wanneer dit afgerond zal zijn;

  • f)

    welke investering in tijd of geld de aanvrager zelf doet in het te subsidiëren bewonersinitiatief; en

  • g)

    welke pogingen zijn ondernomen om het bewonersinitiatief op andere manieren te financieren en wat daarvan het resultaat is.

Artikel 11. Aanvraagtermijn

In afwijking van artikel 7, derde lid, van de ASV wordt een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 4 ingediend ten minste 6 weken voordat de aanvrager voornemens is uitvoering te geven aan het bewonersinitiatief waarvoor de subsidie wordt gevraagd.

Artikel 12. Beslistermijn

In afwijking van artikel 8, tweede lid, van de ASV beslist het college op aanvragen om een subsidie als bedoeld in artikel 11 binnen zes weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.

Artikel 13. Aanvullende weigeringsgronden

Overeenkomstig artikel 9, derde lid, aanhef en onder g. van de ASV kan de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 4 worden geweigerd als:

 

  • 1.

    in onvoldoende mate het doel, zoals beschreven in artikel 4 lid 1 en lid 2 van deze regeling, aannemelijk kan worden gemaakt;

  • 2.

    niet voldaan wordt aan het bepaalde in de artikelen 4, 5, 6 of 7;

  • 3.

    er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:

    • a)

      het bewonersinitiatief niet haalbaar of uitvoerbaar is binnen de in de aanvraag vermelde planning;

    • b)

      de initiatiefnemer doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet;

    • c)

      het initiatief gericht is op politieke standpunten, staking of actie voeren.

    • d)

      het initiatief gedeeltelijk of geheel betrekking heeft op privébelangen;

    • e)

      met het initiatief ook een commercieel doel wordt nagestreefd;

    • f)

      het beheer en onderhoud van de voorgestelde fysieke verbeteringen van de leefomgeving niet kunnen worden gewaarborgd; of

    • g)

      het initiatief al door anderen wordt uitgevoerd c.q. op een andere wijze door de gemeente is of wordt gesubsidieerd.

  • 4.

    in het geval dat zich een situatie voordoet zoals verwoord in artikel 4:6 Awb;

  • 5.

    het bewonersinitiatief leidt tot structurele kosten die ten laste komen van de gemeente; of

  • 6.

    de veiligheid van degenen die bij de uitvoering van het bewonersinitiatief betrokken zijn niet voldoende gewaarborgd is.

Artikel 14. Verplichtingen éénmalige subsidies

  • 1.

    Het college kan bij subsidieverlening de ontvanger van subsidie als bedoeld in artikel 4 onder meer de in sub a. tot en met sub c. van dit artikel genoemde verplichtingen opleggen:

    • a.

      De subsidieontvanger zorgt ervoor dat de subsidie wordt besteed aan de uitvoering van het bewonersinitiatief en administreert de uitgaven zorgvuldig.

    • b.

      De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk mededeling aan het college van veranderde omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van het bewonersinitiatief.

    • c.

      Subsidieontvangers die activiteiten ontplooien waarbij kinderen zijn betrokken, dienen maatregelen te nemen gericht op het waarborgen van een veilige omgeving voor kinderen.

  • 2.

    Het college kan bij subsidievaststelling de ontvanger van subsidie als bedoeld in artikel 4 de verplichting opleggen dat subsidieontvangers die activiteiten ontplooien waarbij kinderen betrokken zijn, maatregelen dienen te nemen gericht op het waarborgen van een veilige omgeving voor kinderen.

Hoofdstuk 3. SUBSIDIES PER KALENDERJAAR

Artikel 15. Algemene begripsomschrijvingen hoofdstuk 3

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a)

    kern: één van de 21 (dorps)kernen van de gemeente;

  • b)

    Kern(en) vertegenwoordigend orgaan: de dorpsraad of het dorpsplatform, die actief is in één of meerdere kern(en) van de gemeente, georganiseerd in een vereniging of stichting die statutair is gevestigd in de gemeente die zich specifiek richt op de behartiging van de algemene belangen van de inwoners in hun kern(en) binnen de gemeente;

  • c)

    Oranjevereniging: Oranjevereniging die specifiek gericht is op het periodiek organiseren van (feestelijke) activiteiten in één of meerdere kern(en) van de gemeente rondom bijzondere gebeurtenissen van de koninklijke familie;

  • d)

    Timmerdorp: Het geheel van werkvormen, voorzieningen en structuren die zich specifiek richten op de jeugdigen en jongeren tot en met 12 jaar in de gemeente waarbij, gedurende een aantal aaneengesloten dagen in de schoolvakantie, deze jeugdigen en jongeren onder begeleiding deelnemen aan groepsgewijze timmeractiviteiten in de gemeente, met als doel de sociale, creatieve en recreatieve ontplooiing van jeugdigen en jongeren te bevorderen;

  • e)

    Instelling: een stichting en/of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid die klein onderhoud uitvoert aan één of meer muziekkiosken in de gemeente Altena;

  • f)

    peildatum: 31 december van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 16. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor:

  • 1.

    De organisatiekosten van het Kern(en) vertegenwoordigende orgaan;

  • 2.

    De kosten van Oranjeverenigingen ten behoeve van de uitvoering van activiteiten zoals genoemd in artikel 15, onder c;

  • 3.

    De uitvoering van de activiteit Timmerdorp zoals beschreven in artikel 15, onder d, waarbij de subsidie uitsluitend betrekking heeft op de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor uitoefening van de omschreven activiteiten; of

  • 4.

    Het uitvoeren van klein onderhoud aan een muziekkiosk in de gemeente.

Artikel 17. Doelgroep en subsidiabele periode

  • 1.

    Subsidie voor de activiteit als bedoeld in artikel 16, sub 1, wordt per kalenderjaar uitsluitend verstrekt aan een Kern(en) vertegenwoordigende orgaan, mits die voldoet aan de volgende eisen:

    • a)

      Het Kern(en) vertegenwoordigend orgaan vertegenwoordigt hun kern(en) en activeert inwoners van hun kern(en) op maatschappelijke opgaven;

    • b)

      Het Kern(en) vertegenwoordigende orgaan is toegankelijk voor alle inwoners in hun kern(en)

    • c)

      Het Kern(en) vertegenwoordigende orgaan legt naar hun kern(en) verantwoording af over activiteiten en besteding door middel van openbare vergaderingen en publicaties. Toegankelijkheid voor alle inwoners van hun kern(en) en de wijze van verantwoording richting de inwoners zijn beschreven in de oprichtingsakte van het Kern(en) vertegenwoordigende orgaan.

  • 2.

    Subsidie voor de activiteit als bedoeld in artikel 16, sub 2, wordt per kalenderjaar uitsluitend verstrekt aan een Oranjevereniging;

  • 3.

    Subsidie voor de activiteit als bedoeld in artikel 16, sub 3 wordt per kalenderjaar uitsluitend verstrekt aan een organisatie, zijnde de initiatiefnemer van een Timmerdorp, mits die voldoet aan de volgende eisen:

    • a)

      de organisatie ontplooit regelmatig en in voldoende mate activiteiten op het terrein van jeugd- en jongerenwerk;

    • b)

      de activiteiten mogen niet voornamelijk politiek of godsdienstig gericht zijn;

    • c)

      de leiding van de activiteiten van de organisatie berust bij vrijwilligers die in staat zijn de in de doelstelling vervatte ontplooiings- en/of ontspanningsmogelijkheden te bieden.

  • 4.

    Subsidie voor de activiteit als bedoeld in artikel 16, sub 4, wordt per kalenderjaar uitsluitend verstrekt aan een Instelling.

Artikel 18. Hoogte van de subsidies

  • 1.

    De subsidie voor de activiteit als bedoeld in artikel 16, sub 1, bedraagt € 1.500,-- per Kern(en) vertegenwoordigend orgaan per kalenderjaar.

  • 2.

    De subsidie voor de activiteit als bedoeld in artikel 16, sub 2, bedraagt € 250,-- per Oranjevereniging per kalenderjaar, aangevuld per kalenderjaar met € 1,50 per basisschoolleerling die op de peildatum;

    • a)

      Ouder is dan 4 jaar en jonger is dan 13 jaar en

    • b)

      Woonachtig is in de betreffende kern van de Oranjevereniging.

  • 3.

    De subsidie voor de activiteit als bedoeld in artikel 16, sub 3, bedraagt maximaal € 1.500,- per Timmerdorp per kalenderjaar.

  • 4.

    De subsidie voor de activiteit als bedoeld in artikel 16, sub 4, bedraagt € 500,-- per te onderhouden muziekkiosk per kalenderjaar.

Artikel 19. Indieningsvereisten aanvraag subsidie

Een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 16 moet worden ingediend overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 van de ASV.

Artikel 20. Aanvraagtermijn

Een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 16, wordt, conform artikel 7, lid 1, van de ASV, ingediend uiterlijk 1 mei voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 21. Beslistermijn

Op een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 20, beslissen burgemeester en wethouders, in afwijking van artikel 8, lid 1, van de ASV uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 22. Overige weigeringsgronden

Overeenkomstig artikel 9, derde lid, aanhef en onder g. van de ASV kan de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 16 worden geweigerd als:

 

  • 1.

    niet voldaan wordt aan het bepaalde in de artikelen 16, 17 of 18 van deze regeling;

  • 2.

    er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat:

    • a)

      de uitvoering niet haalbaar of uitvoerbaar is binnen de in de aanvraag vermelde planning;

    • b)

      aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet;

    • c)

      de uitvoering van de activiteiten gedeeltelijk of geheel betrekking hebben op privébelangen; of

    • d)

      aanvrager ook een commercieel doel nastreeft; of

  • 3.

    de subsidieaanvraag buiten de gestelde aanvraagtermijn wordt ingediend.

Artikel 23. Verplichtingen structurele subsidies

Het college kan bij subsidievaststelling de ontvanger van subsidie als bedoeld in artikel 16 onder meer de verplichting opleggen dat subsidieontvangers die activiteiten ontplooien waarbij kinderen zijn betrokken, maatregelen dienen te nemen gericht op het waarborgen van een veilige omgeving voor kinderen.

Artikel 24. Overgangsbepalingen

  • 1.

    In afwijking van artikel 7, lid 1 van de ASV en in afwijking van het bepaalde in artikel 20 van deze regeling, wordt een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 16 voor het kalenderjaar 2021 uiterlijk 1 maart 2021 ingediend.

  • 2.

    Op een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 16 voor het kalenderjaar 2021 beslissen burgemeester en wethouders, in afwijking van artikel 8, lid 1, van de ASV en in afwijking van het bepaalde in artikel 21 van deze regeling, uiterlijk op 1 april 2021.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 25. Intrekking, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De Subsidieregeling kernenbudget Altena 2020, vastgesteld d.d. 19 mei 2020, wordt ingetrokken.

  • 2.

    Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van openbare bekendmaking.

  • 3.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling kernenbudget Altena 2021.

Aldus besloten in de vergadering van het college van Altena van 02 februari 2021

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena,

de secretaris,

drs. A.J.E. van der Werf-Bramer

de burgemeester,

drs. E.B.A. Lichtenberg MCM

Algemene toelichting Subsidieregeling kernenbudget Altena 2021

 

In het Bestuursakkoord en het Collegeprogramma geven we ruimte aan de kernen om zelf met initiatieven te komen. We mikken hiermee op activiteiten die het samenbindend karakter binnen of tussen de kernen bevorderen, met een duidelijke maatschappelijke meerwaarde. Een eigen bijdrage vanuit de initiatiefnemers of de kernen, bijvoorbeeld door ureninzet of cofinanciering, hoort daarbij. Vanaf 2019 is voor dit doel in totaal € 55.000 (€ 1,00 per inwoner) beschikbaar. Vanaf 2019 zal het kernenbudget met € 10.000 per jaar groeien.

Dit besluit is uitgewerkt in de subsidieregeling Kernenbudget Altena 2021. De Subsidieregeling Kernenbudget is op de ASV gebaseerd. Het subsidieplafond wordt jaarlijks vastgesteld. Het plafond heeft betrekking op de éénmalige subsidies zoals geschreven in artikel 4 van de regeling. Het doel van het Kernenbudget is om initiatieven van inwoners en maatschappelijke organisaties mogelijk te maken die het woon-, werk- of leefklimaat in Altena verbeteren. Via het budget stimuleert en ondersteunt de gemeente deze bewonersinitiatieven door deze geheel of gedeeltelijk te subsidiëren. Ook faciliteert de gemeente bewonersinitiatieven door daarvoor expertise vanuit de gemeentelijke organisatie beschikbaar te stellen en door initiatiefnemers te verbinden met elkaar of met (rechts-) personen in de gemeente die het initiatief verder kunnen helpen. Vanaf 2021 is de regeling uitgebreid met de mogelijkheid ook structureel subsidie te verstrekken. Deze uitbreiding komt voort uit de harmonisatie na de samenvoeging van de drie gemeenten en heeft betrekking op:

  • a)

    Kern(en) vertegenwoordigende organen zoals dorpsraden;

  • b)

    Oranjeverenigingen;

  • c)

    Timmerdorpen en

  • d)

    Aanvragen bijdrage klein onderhoud muziekkiosken.

Artikelsgewijze toelichting

 

Hoofdstuk 1. ALGEMEEN

 

Artikel 1. Algemene begripsomschrijvingen

In dit artikel worden diverse algemene begrippen omschreven.

 

Artikel 2. Toepassingsbereik

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Hoofdstuk 2 EENMALIGE SUBSIDIES BEWONERSINITIATIEVEN

 

Artikel 3. Algemene begripsomschrijvingen hoofdstuk 2

In dit artikel worden diverse begrippen omschreven.

Uit de beschrijving van het begrip bewonersinitiatief blijkt, dat ernaar wordt gestreefd om uit het Kernenbudget bewonersinitiatieven te subsidiëren die op langere termijn een positief effect hebben op de samenleving. Als bij het uitvoeren van een bewonersinitiatief iemands eigendom betrokken is, moet de eigenaar dit uiteraard wel goed vinden. Het is in deze context van belang om te bedenken dat niet iedere openbare ruimte eigendom is van de gemeente.

 

Artikel 4. Bewonersinitiatieven

Subsidies worden alleen verstrekt voor bewonersinitiatieven die vallen binnen ten minste één van de thema’s.

  • a)

    leefbaarheid in de buurt of de wijk, waaronder openbare groenvoorzieningen en sociale betrokkenheid, ontmoeting en verbinding;

  • b)

    (sociale)veiligheid;

  • c)

    ouderen;

  • d)

    jeugd;

  • e)

    duurzaamheid;

  • f)

    educatie.

Ad a. Een belangrijk uitgangspunt van het Kernenbudget is de inzet van betrokkenen voor elkaar en voor hun leefomgeving. Een initiatief kan een breder effect hebben en ook bijdragen aan ambities die niet in de subsidieregeling zijn vermeld.

Een bewonersinitiatief draagt er aan bij dat de leefbaarheid verbetert en of mensen een grotere waardering krijgen voor hun leefomgeving.

 

Ad b. De veiligheid in Altena is een groot goed. De gemeente werkt daar, samen met partners, hard aan. Ook bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties kunnen een belangrijke bijdrage leveren. Dit geldt in het bijzonder op het gebied van de sociale veiligheid in de straat, buurt, wijk of gemeente. Het kan hierbij gaan om zowel objectieve als subjectieve veiligheid. Hierbij wordt opgemerkt dat gevoelens van veiligheid ook samenhanghangen met de verbinding tussen bewoners in de wijk, het elkaar kennen en met de mate van onderhoud van bijvoorbeeld voortuinen en raamdecoratie.

 

Ad c. Als (waardevolle) contacten komen te vervallen, kan bij ouderen de vraag ontstaan wat voor zin het leven nog heeft. Het leven kan worden ervaren als leeg en zonder doel. Om deze reden worden bewonersinitiatieven ondersteund die waarde toevoegen aan het eigen leven en ouderen helpen om voor anderen nuttig te zijn.

 

Hierbij kan worden gedacht aan het verrichten van vrijwilligerswerk, of deelname aan activiteiten gericht op kennisoverdracht, informeren, elkaar ondersteunen en het uitwisselen van ervaringen rond specifieke thema’s.

De meeste mensen hebben behoefte aan sociale contacten met anderen, het liefst met degenen met wie zij een interesse delen. Het hebben van contacten kan plezier en zin aan het leven geven. De kans dat het netwerk met het ouder worden kleiner wordt, is groot. Bijvoorbeeld omdat men geen onderdeel meer uitmaakt van een werkkring en doordat het netwerk kleiner wordt door sterfgevallen. Daarbij speelt dat door toenemende leeftijd het moeilijker kan worden om contacten te onderhouden en nieuwe contacten aan te gaan omdat de vitaliteit en hierdoor mobiliteit afneemt. Bewonersinitiatieven die gericht zijn op het vormen en behouden van een netwerk en het voor een langere periode ontmoeten van anderen worden derhalve gestimuleerd.

Het kan ook gaan om bewonersinitiatieven waardoor jongeren en ouderen bij elkaar worden gebracht, gezamenlijk activiteiten ondernemen, gezamenlijk activiteiten organiseren of waarbij de ene groep een activiteit organiseert voor de andere groep. De gedachte hierachter is, dat het leggen van een verbinding tussen jongeren en ouderen bijdraagt aan ontmoeten, zingeving en het voorkomen en tegengaan van eenzaamheid.

Wanneer mensen zich eenzaam voelen is dit slecht voor hun gevoel van welzijn. Ook blijkt uit onderzoek dat de gezondheid van mensen die zich eenzaam voelen minder goed is dan van degenen die niet eenzaam zijn. Het is daarom belangrijk eenzaamheid te voorkomen.

Bewonersinitiatieven die bijdragen aan het vormen van een eigen netwerk en het aangaan van nieuwe contacten door ouderen kunnen in dit kader voor subsidie in aanmerking komen.

 

Ad d. Er zijn verschillende manieren waarop bewonersinitiatieven kunnen bijdragen aan het gezond en onbezorgd opgroeien van jeugd in Altena. Het kan bijvoorbeeld door vergroting van ouderbetrokkenheid, bevordering van het omgaan met diversiteit door jeugd, bevordering van een positief zelfbeeld respectievelijk bestrijding van depressie bij jeugd, preventie alcohol en drugs en door het verantwoord leren omgaan met sociale media door jeugd.

Ouderbetrokkenheid is de (emotionele) betrokkenheid en (mede)verantwoordelijkheid van ouders of verzorgers bij de ontwikkeling en het onderwijs van hun kind, in alle leefwerelden:

de straat, het internet, vrije tijd, school, opvang en het gezin. Vanuit het kernenbudget kunnen bijvoorbeeld bewonersinitiatieven worden ondersteund rond de versterking van het netwerk rond het kind.

Diversiteit verwijst naar het omgaan met verschillen op het gebied van religie, sekse, seksuele oriëntatie en genderidentiteit, cultuur en etnische afkomst, uiterlijke kenmerken en het omgaan met beperkingen. Bewonersinitiatieven op dit terrein kunnen leiden tot het vergroten van onderling begrip en tot het bevorderen van een inclusieve samenleving.

Een positief zelfbeeld heeft te maken met sociaal-emotionele vaardigheden, omgaan met negatieve gedachten en de manier waarop mensen over zichzelf, anderen en de wereld denken. Een positief zelfbeeld versterkt de sociale vaardigheden en de emotionele weerbaarheid van kinderen en jongeren.

Bewonersinitiatieven die als resultaat hebben dat jeugdigen verantwoord omgaan met sociale media versterken de verzameling competenties (begrip, gebruik, communicatie en strategie) die zij nodig hebben om actief en bewust deel te nemen aan de mediasamenleving.

Bovenstaande heeft een belangrijke relatie met één van de speerpunten van de gemeente: het jeugdpreventiebeleid alcohol en drugs.

Bij het uitvoeren van bewonersinitiatieven die vallen onder het thema jeugd is het wenselijk dat initiatiefnemers samenwerken met andere partijen in Altena die werken met jeugd. Dit zijn bijvoorbeeld organisaties op het gebied van onderwijs, sport, welzijn, buurtwerk of kinderopvang.

 

Ad e. Er wordt naar gestreefd dat Altena in 2046 een duurzame, groene en schone gemeente is. De uitstoot van CO2 door energiegebruik, verkeer en bedrijvigheid is op dat moment neutraal. Inwoners wekken individueel of collectief duurzame energie op en verbruiken minder energie dan nu. Bedrijven doen goede zaken in de nieuwe 'groene' economie. We maken bijna alleen nog gebruik van hernieuwbare grondstoffen. Altena is als groene gemeente voorbereid op een veranderend klimaat: bestand tegen extremere buien, droogte en hitte.

Bewonersinitiatieven die bijdragen aan de transitie naar een 100% duurzame gemeente in 2046 resulteren bijvoorbeeld in de vermindering van droogte, wateroverlast of hittestress, de opwekking van duurzame energie uit natuurlijke bronnen, hergebruik van grondstoffen door slimme manieren om afval te hergebruiken of te scheiden of duurzame mobiliteit.

 

Ad f. Bewonersinitiatieven die bijdragen aan het zo duurzaam mogelijk aan het werk of naar een opleiding helpen van inwoners kunnen zich bijvoorbeeld richten op toeleiding van jongeren naar de arbeidsmarkt of een vervolgopleiding. Het is van belang te voorkomen dat jonge mensen zonder werk of zonder deugdelijke opleiding op een zijspoor belanden omdat zij de aansluiting van opleiding naar werk hebben gemist. Zij moeten zo veel mogelijk worden bereikt om hen richting arbeidsmarkt of vervolgopleiding te begeleiden, zodat ook zij de belangrijke stappen kunnen maken die bij deze levensfase horen zoals vestiging op de arbeidsmarkt, gezinsvorming en een nieuwe woonsituatie.

 

In deze subsidieregeling staat het collectief belang voorop en is gesteld dat het te subsidiëren bewonersinitiatief daarom een bredere doelgroep moet bereiken dan alleen de subsidieontvanger(s) zelf. Dit uitgangspunt is verwoord in het tweede lid en ook in de aanvullende weigeringsgronden (artikel 13). Op grond hiervan zal bijvoorbeeld de aanvraag van een particulier om subsidie voor de aanschaf van een schone auto of voor het energiezuinig maken van een woning in het kader van deze subsidieregeling niet gehonoreerd worden. Bij de aanvraag wordt gevraagd om een lijst met handtekeningen van betrokken inwoners. Bij voorkeur uit de doelgroep waarop het initiatief is gericht.

 

Deze subsidieregeling is ingezet om initiatieven te ondersteunen en maatschappelijke samenhang te bevorderen. Dit betekent ook dat de aard van de regeling is gevangen in een zo licht mogelijk regime van bureaucratische regeldruk. De voorwaarde om subsidie te verkrijgen zijn op basis hiervan vrij open geformuleerd. We vragen geen exact aantal en werpen geen drempels op om tot een besluit te kunnen komen. De weging op een aanvraag zal veelal ook in samenspraak met de dorpsraad en het aanwezige netwerk worden gedeeld.

 

Bij initiatieven die de facto bijdragen aan de verbetering van het woon-, werk- of leefklimaat zal in het algemeen kunnen worden verondersteld dat daar draagvlak voor is. Het bewonersinitiatief moet bijdragen aan het realiseren van het doel van de subsidie: het geven van een positieve impuls aan de maatschappelijke samenhang in de kern, de wijk, de buurt en / of de straat. Dit kan onder meer aantoonbaar worden gemaakt door indien nodig samen met de gebiedsregisseur de waarde te onderbouwen. De initiatiefnemer hoeft het bestaan van draagvlak niet exact te onderbouwen. In geval van twijfel over het draagvlak kan dit wel van hem worden gevraagd. Bijvoorbeeld door handtekeningen te verzamelen. Hetzelfde geldt als er signalen zijn dat er in de omgeving geen draagvlak is voor het bewonersinitiatief. Het is dan aan de initiatiefnemer om te proberen dit alsnog te creëren en aan te tonen dat dit ook is gelukt.

Het woord omgeving moet in deze bepaling breed worden opgevat. Het omvat bijvoorbeeld zowel de omwonenden in het geval een initiatief in de buitenruimte wordt genomen, als instellingen die met de uitkomsten van een initiatief te maken kunnen krijgen.

 

Van subsidieontvangers wordt bij het uitvoeren van het bewonersinitiatief eigen inzet gevraagd in de vorm van geld of tijd. Voor maatschappelijke organisaties kan dit bijvoorbeeld betekenen dat zij een deel van de personele inzet die nodig is voor het uitvoeren van het bewonersinitiatief zelf moeten bekostigen. Of sprake is van de in het derde lid voorgeschreven redelijke verhouding tussen de eigen inzet en het ontvangen subsidiebedrag zal van geval tot geval verschillen.

 

De toekenning van subsidie voor een bewonersinitiatief uit het kernenbudget is éénmalig. Voor repeterende activiteiten is het dan ook van belang met name de opstart kosten onder deze noemer voor subsidie in aanmerking te laten komen. Dit kan bij voorbeeld de aanschaf van materiaal of de oprichtingskosten van een stichting zijn.

 

De subsidie kan niet worden gebruikt als vrijwilligersvergoeding.

 

Artikel 5. Doelgroepen

Op grond van artikel 3 van de ASV bepaalt het college voor zover van toepassing in een subsidieregeling ook welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen. In dit artikel wordt voor de Subsidieregeling Kernenbudget vastgelegd aan welke partijen een subsidie kan worden verstrekt.

De inwoners en maatschappelijke organisaties op wie deze subsidieregeling zich richt, vallen allen in een van de genoemde categorieën van mogelijke subsidieontvangers.

Bij de uitvoering van een bewonersinitiatief kan sprake zijn van samenwerking tussen inwoners en maatschappelijke organisaties. Binnen een samenwerkingsverband kunnen er één of meer partijen zijn die subsidie ontvangen voor het in gezamenlijkheid ondernomen bewonersinitiatief. Iedere subsidieontvanger is verantwoordelijk voor het nakomen van de verplichtingen die horen bij de aan hem verstrekte subsidie.

 

De gemeente is in beginsel niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit de uitvoering van het gesubsidieerde bewonersinitiatief maatschappelijk initiatief. Degene die het maatschappelijk initiatief bewonersinitiatief ontplooit en daarbij (op onrechtmatige wijze) schade veroorzaakt wel. Het is daarom van belang dat de subsidieontvanger een aansprakelijkheidsverzekering heeft die dergelijke schade dekt. Ten aanzien van subsidieverstrekking aan (een groep van) natuurlijke personen wordt het volgende opgemerkt:

 

1. Belang aansprakelijkheidsverzekering

Voor natuurlijke personen geldt dat zij voor de schade die het gevolg is van het uitvoeren van het bewonersinitiatief maatschappelijk initiatief in privé aansprakelijk kunnen zijn. Ook voor hen is het dan ook van groot belang dat deze aansprakelijkheid verzekerd is. Natuurlijke personen die op individuele basis gesubsidieerde activiteiten ontplooien, hebben in dit kader een andere positie dan natuurlijke personen die in organisatorisch verband actief zijn.

 

a. Aansprakelijkheidsverzekering - groep van natuurlijke personen

Indien de subsidieontvanger een groep van natuurlijke personen betreft, kan deze groep vallen onder de dekking van de VNG Vrijwilligersverzekering, waarvoor de gemeente een polis heeft afgesloten.

Deze verzekering is afgesloten ten behoeve van alle vrijwilligers die in enig organisatorisch verband onverplicht en onbetaald werkzaamheden verrichten ten behoeve van anderen of de samenleving en waarbij een maatschappelijk belang wordt gediend. Het gaat hierbij om een secundaire verzekering. Dit betekent dat deze verzekering alleen van kracht is, voor zover de schade niet is gedekt door een andere verzekering al dan niet van oudere datum.

 

Niet verzekerd zijn:

  • I.

    de vrijwillige politie en de vrijwillige brandweer, vanwege speciaal voor hen getroffen rechtspositieregelingen;

  • II.

    vrijwilligers die actief zijn voor een Vereniging van Eigenaren of een huurdersvereniging, omdat deze organisaties het eigen belang tot doel hebben en niet een maatschappelijk belang;

  • III.

    vrijwilligers die zich op individuele basis inzetten, zonder dat sprake is van enig organisatorisch verband.

b. Aansprakelijkheidsverzekering - natuurlijke personen die niet in organisatorisch verband actief zijn.

Indien de subsidieontvanger een natuurlijk persoon is die op individuele basis actief is, zonder dat sprake is van enig organisatorisch verband, dan valt deze subsidieontvanger niet onder de dekking van bovengenoemde verzekering. In dit geval is de subsidieontvanger afhankelijk van een eigen persoonlijke aansprakelijkheidsverzekering, waarbij het de vraag is of de persoonlijke aansprakelijkheidsverzekering schade dekt die voortvloeit uit de uitvoering

van het gesubsidieerde bewonersinitiatief maatschappelijk initiatief. Het is de verantwoordelijkheid van de subsidieontvanger om in dit geval contact op te nemen met zijn of haar verzekeraar om na te gaan wat onder de dekking van de verzekering valt en na te gaan wat de mogelijke (financiële) risico’s zijn.

 

2. Financiële verplichting

Wie in een groep van natuurlijke personen of als individueel natuurlijk persoon subsidie ontvangt, krijgt dit op persoonlijke titel. Dit betekent dat wanneer de afgesproken prestaties (waarvoor de subsidie is verleend) niet worden geleverd, de subsidie kan worden teruggevorderd. In dit geval is/zijn de subsidieontvanger(s) met zijn of haar privévermogen aansprakelijk.

 

3. Bijstandsuitkering

Indien een natuurlijk persoon een bijstandsuitkering ontvangt en hij of zij voornemens is om een subsidie aan te vragen, dan wordt aangeraden om voorafgaand aan de subsidieaanvraag dit voornemen te bespreken met de betrokken consulent van het wijkteam. Dit om te voorkomen dat de subsidie gezien wordt als inkomsten en mogelijk in mindering wordt gebracht op de uitkering, dan wel dat de uitkering later wordt teruggevorderd of dat er zelfs een boete wordt opgelegd. Ook zal de betrokken casemanager beoordelen of het is toegestaan om de gesubsidieerde activiteiten uit te voeren met behoud van uitkering en of dit past binnen een eventueel re-integratietraject.

 

4. Overige uitkeringen

Indien een natuurlijk persoon een uitkering, anders dan een bijstandsuitkering, ontvangt en hij of zij voornemens is om een subsidie in het kader van deze regeling te vragen, dan wordt aangeraden om voorafgaand aan de subsidieaanvraag dit voornemen te bespreken met de betrokken uitkerende instantie. In overleg met de instantie kan worden bepaald of het ontvangen van een subsidie en het uitvoeren van het gesubsidieerde bewonersinitiatief maatschappelijk initiatief mogelijk is of niet.

 

Artikel 6. Kosten die voor éénmalige subsidie in aanmerking komen

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 7. Hoogte van de éénmalige subsidie

Natuurlijke personen, al of niet verenigd in een groep, kunnen maximaal een subsidie van

€ 2.000 per bewonersinitiatief ontvangen. De reden hiervoor is het belang van de verdeling van het budget over de 21 kernen. Over de jaren heen dient dit in balans te zijn. Het budget wordt dus niet vooraf per hoofd van de bevolking verdeeld. Daarnaast zijn er zowel voor de subsidieontvanger als voor de gemeente risico’s verbonden zijn aan het verstrekken van een subsidie aan een natuurlijke persoon. Voor de natuurlijke persoon ligt dit in het feit dat hij of zij met zijn privévermogen aansprakelijk is voor het nakomen van de subsidieverplichtingen, waaronder de mogelijke verplichting om de subsidie terug te betalen als de gesubsidieerde prestaties niet worden geleverd. Omgekeerd bestaat voor de gemeente de kans dat de subsidieontvanger geen verhaal biedt als deze het gesubsidieerde maatschappelijk initiatief niet uitvoert en wordt besloten tot terugvordering van de subsidie.

 

Artikel 8. Subsidieplafond

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 9. Wijze van verdeling éénmalige subsidie

Het begrootte bedrag wordt jaarlijks verdeeld op basis van de volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Indien op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag wordt ontvangen, wordt de onderlinge rangschikking van de aanvragen vastgesteld door middel van loting.

 

Artikel 10. Aanvraag

Artikel 10 bevat de aanvullende eisen waaraan een subsidieaanvraag dient te voldoen. Voorafgaand aan de aanvraag zal degene die van plan is om een subsidie aan te vragen mogelijk overleggen met de gebiedsregisseur. Diens contactgegevens zijn te vinden via www.gemeentealtena.nl. De gebiedsregisseur zorgt ervoor dat de acties die in het kader van de (voorgenomen) subsidieaanvraag moeten worden ondernomen in goede banen worden geleid.

In overeenstemming met artikel 6, tweede lid van de ASV, moet een subsidie worden

aangevraagd met gebruikmaking van het aanvraagformulier. Dit aanvraagformulier kan worden gevonden via www.gemeentealtena.nl.

Een van de uitgangspunten van het Kernenbudget is dat er bij inwoners behoefte moet zijn aan de activiteiten die in het kader van het bewonersinitiatief ondernomen zullen worden. Met de beschrijving die in de subsidieaanvraag moet worden gegeven met betrekking tot de onderdelen a tot en met g, zet de aanvrager uiteen waarom hij van mening is dat de samenleving met het initiatief gebaat zal zijn. Als het initiatief valt onder meer dan één thema, moeten voor al deze thema’s de na te streven ambities besproken worden.

Voor de hoogte van de verstrekken subsidie maakt het vanzelfsprekend wel verschil of met het bewonersinitiatief meerdere mensen gebaat zijn. In de aanvraag om subsidie moet derhalve ook worden beredeneerd waarom de opbrengst van het bewonersinitiatief in een redelijke verhouding staat tot het gevraagde subsidiebedrag (onder a).

Op grond van artikel 6, tweede lid, van de ASV moet de aanvrager van een subsidie onder meer een begroting en een dekkingsplan indienen betreffende de kosten van het maatschappelijk initiatief. Deze moeten uiteraard zo compleet mogelijk zijn. Dit betekent onder meer dat de aanvrager ook de omzetbelasting moet begroten, als hij er rekening mee moet houden dat deze over de subsidie geheven zal worden.

 

Artikel 11. Aanvraagtermijn

Aanvragen om subsidie worden door middel van de aanvraag- en beslistermijnen in dit en het volgende artikel gegroepeerd. De achtergrond hiervan is de wens, om degenen die een maatschappelijk initiatief willen gaan uitvoeren in zo kort mogelijke tijd tussen aanvraag en uitvoering te beschikken.

 

Artikel 12. Beslistermijn

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de termijnen geldt vanaf de datum van het indienen van de definitieve en complete aanvraag om subsidie. Omdat het college via de gebiedsregisseur van tevoren op de hoogte is van de op handen zijnde aanvragen, is de beslistermijn van de ASV, op éenmalige subsidies, ingekort tot zes weken.

 

Artikel 13. Aanvullende weigeringsgronden

Dit artikel beschrijft een aantal aanvullende weigeringsgronden. Hierbij wordt het te verwachten maatschappelijk effect afgewogen tegen individuele belangen. Het college kan de subsidie onder meer weigeren als het maatschappelijk initiatief leidt tot structurele kosten die ten laste komen van de gemeente. Dit zou bijvoorbeeld het geval kunnen zijn bij bewonersinitiatieven die leiden tot het realiseren van objecten in de openbare ruimte waarvoor de gemeente in de toekomst onderhouds- of vervangingskosten moet maken.

Ook kan een subsidie worden geweigerd als de veiligheid van de uitvoerders van het initiatief

naar het oordeel van het college niet voldoende gewaarborgd is. Het is uiteraard de bedoeling dat het te subsidiëren maatschappelijk initiatief iets toevoegt aan het al bestaande aanbod in de gemeente. Aanvragen om subsidie voor activiteiten die niet aan deze eis voldoen kunnen worden afgewezen.

 

Artikel 14. Verplichtingen

De leden spreken voor zich.

Een belangrijk aspect van het creëren van een veilige omgeving voor kinderen als bedoeld in

Het derde lid, is het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Bij de invulling van het beleid, dat erop gericht is om een veilige omgeving voor kinderen te waarborgen, kan gedacht worden aan het vragen van een Verklaring omtrent het gedrag (VOG) van medewerkers die met kinderen werken. Tevens kan gebruik worden gemaakt van de toolkit en het stappenplan zoals omschreven op de website www.inveiligehanden.nl.

 

Hoofdstuk 3. SUBSIDIES PER KALENDERJAAR

 

Naast de éénmalige subsidie als bedoeld in artikel 4 is voor de in dit artikel opgesomde organen een jaarlijks terugkerende subsidie mogelijk. Structurele subsidies zijn omdat de activiteiten logischerwijs over meerdere jaren worden voorzien.

 

Artikel 15. Algemene begripsomschrijvingen hoofdstuk 3

Dit artikel spreekt voor zich

 

Artikel 16. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

Vanuit het kernenbudget gaat het om de volgende organen

  • 1.

    Kern(en) vertegenwoordigende organen;

  • 2.

    Oranjeverenigingen;

  • 3.

    Timmerdorpen en;

  • 4.

    Subsidie voor klein onderhoud muziekkiosken.

Ad 1. Kern(en) vertegenwoordigende organen zijn de dorpsraden of dorpsplatforms die actief zijn in de kern. Zij vertegenwoordigen één of meerdere kernen en activeren inwoners op de in de kern gedefinieerde maatschappelijke opgaven. Een Kern(en) vertegenwoordigend orgaan heeft een rechtspersoon in de vorm van een vereniging of stichting. De Kern(en) vertegenwoordigende organen zijn toegankelijk voor alle inwoners in de Kern(en) en leggen naar de Kern(en) verantwoording af over activiteiten en besteding door middel van openbare vergaderingen en publicaties. Toegankelijkheid voor alle inwoners van de Kern(en) en de wijze van verantwoording richting de inwoners zijn beschreven in de oprichtingsacte.

Ad 2. Een Oranje verenigingen heeft ten doel:

  • a.

    de feestelijke herdenking en viering in het openbaar van de verjaardagen van de leden van het Koninklijk Huis en van de gedenkwaardige gebeurtenissen betreffende het Huis van Oranje;

  • b.

    de (feestelijke) herdenking en viering in het openbaar van alle gebeurtenissen welke gedenkwaardig zijn in de geschiedenis van land, gewest en gemeente;

  • c.

    de viering van traditionele feesten in de gemeente;

  • d.

    het ondersteunen, bevorderen en organiseren van andere activiteiten, feesten en evenementen die in de gemeente een belangrijke (maatschappelijke) functie vervullen of plaats innemen en/of die bijdragen aan het welbevinden en/of functioneren van een bepaalde bevolkingsgroep.

Ad 3. Timmerdorpen is een, al dan niet onder de vlag van de Oranjevereniging, georganiseerde meerdaagse vakantieactiviteit gericht op het bouwen en timmeren van hutten in de kern. Het betreft het geheel van werkvormen, voorzieningen en structuren die zich specifiek richten op de jeugdigen en jongeren tot en met 12 jaar met als doel de sociale, creatieve en recreatieve ontplooiing van jeugdigen en jongeren te bevorderen, teneinde hen mede in staat te stellen een eigen bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de samenleving.

Ad 4. In de gemeente staan drie muziekkiosken die jaarlijks klein onderhoud vragen. Hiervoor is een terugkerend bedrag voor nodig.

 

Artikel 17. Doelgroep en subsidiabele periode

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 18. De hoogte van de subsidies

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 19. Indieningsvereisten aanvraag subsidie

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 20. Wijze van aanvragen subsidie

In tegenstelling tot de éénmalige subsidies verloopt en aanvraag en de beschikkingen op de structurele subsidies conform de reguliere subsidieverordening. Dit is omdat het subsidies betreft die zich ieder kalenderjaar herhalen. Het gangbare verloop is daarmee het doen van een aanvraag, een besluit van het college inclusief een bijbehorende beschikking en een afrekening. Zie art. 24 voor de wijze van aanvragen voor 2021.

 

Artikel 21. Beslistermijn

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 22. Overige weigeringsgronden

Dit artikel spreekt voor zich.

 

Artikel 23. Verplichtingen structurele subsidies

Dit artikel spreekt voor zich.

Een belangrijk aspect van het creëren van een veilige omgeving voor kinderen als bedoeld in

Het vijfde lid, is het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Bij de invulling van het beleid, dat erop gericht is om een veilige omgeving voor kinderen te waarborgen, kan gedacht worden aan het vragen van een Verklaring omtrent het gedrag (VOG) van medewerkers die met kinderen werken. Tevens kan gebruik worden gemaakt van de toolkit en het stappenplan zoals omschreven op de website www.inveiligehanden.nl.

 

Artikel 24. Overgangsbepalingen

Gezien de harmonisatiebesluiten 2020 zal de aanvraag voor subsidie in 2021 in het eerste kwartaal worden afgehandeld. Aanvragen kunnen tot éen maart worden ingediend en het besluit wordt voor één april genomen. Indien het te subsidiëren bedrag voor 2021 lager uitvalt dan het verkregen bedrag in 2020 dan wordt het verschil in het subsidiebesluit voor 2021 100% gecompenseerd.

 

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

 

Artikel 25. Inwerkingtreding en citeertitel

Dit artikel spreekt voor zich.