Achtergrond Golf boven
Achtergrond Golf onder

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena houdende regels omtrent subsidie Oog voor elkaar (Subsidieregeling Oog voor Elkaar 2022-2024)

Publicatiedatum:
donderdag 20 mei 2021
Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Type bekendmaking:
Verordeningen



Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena houdende regels omtrent subsidie Oog voor elkaar (Subsidieregeling Oog voor Elkaar 2022-2024)

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena;

 

  • overwegende dat de gemeenteraad van Altena beleidsuitgangspunten Sociaal Domein heeft vastgesteld met als doel inwoners te ondersteunen in het vergroten van de zelfredzaamheid en het stimuleren van de samenredzaamheid;

  • overwegende dat het gemeentebestuur dit doel mede wil bereiken door het verlenen van subsidies aan welzijnsorganisaties voor het realiseren van een aanbod aan vrij toegankelijke voorzieningen in de vorm van ondersteuning, begeleiding en andere activiteiten voor kwetsbare doelgroepen en het gebruik maken van dit aanbod te stimuleren.

  • gelet op de Algemene Subsidieverordening Altena 2019, waaronder artikel 3;

 

besluit:

vast te stellen de volgende regeling:

Subsidieregeling Oog voor Elkaar 2022-2024

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt (mede) verstaan onder:

  • -

    ASV:

    Algemene subsidieverordening Altena;

  • -

    college:

    college van burgemeester en wethouders gemeente Altena;

  • -

    professionele welzijnsorganisatie:

    welzijnsorganisatie die de gesubsidieerde activiteiten uit laat voeren door beroepskrachten, eventueel ondersteund door vrijwilligers;

  • -

    Uitvoeringskader

    Uitvoeringskader Oog voor Elkaar – vrij toegankelijke voorzieningen, zoals door het college van de gemeente Altena vastgesteld op 11 mei 2021;

  • -

    vrijwilligersorganisatie welzijn

    welzijnsorganisatie die de gesubsidieerde activiteiten uit laat voeren door vrijwilligers en waar de eventuele inzet van een beroepskracht is gericht op ondersteunende werkzaamheden;

  • -

    welzijnsorganisatie

    stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid die blijkens haar statuten het uitvoeren van welzijnsactiviteiten tot doel heeft.

Artikel 2 Afstemming ASV

De vigerende ASV is van toepassing, tenzij in deze regeling daarvan wordt afgeweken.

Artikel 3 Subsidieplafonds

  • 1.

    Het college stelt voor de subsidiabele activiteiten als genoemd in artikel 4 onder a tot en met f voor het tijdvak 2022 tot en met 2024, de volgende subsidieplafonds vast:

    • a.

      maatschappelijk werk: € 1.809.553;

    • b.

      onafhankelijke cliëntondersteuning: € 748.301;

    • c.

      praktische ondersteuning:

      • door professionele welzijnsorganisaties: € 628.403;

      • door vrijwilligersorganisaties welzijn € 258.353;

    • d.

      mantelzorgondersteuning: € 444.828;

    • e.

      vrijwilligersondersteuning: € 304.511;

    • f.

      ontmoetingsvoorzieningen: € 505.162.

  • 2.

    Wanneer een subsidieplafond wordt verlaagd omdat de gemeenteraad van de gemeente Altena onvoldoende financiële middelen ter beschikking stelt in de begroting voor 2022, heeft dat gevolgen voor de reeds ingediende aanvragen.

  • 3.

    Wanneer de gemeenteraad onvoldoende financiële middelen beschikbaar stelt, is het college bevoegd te bepalen welke subsidieplafonds worden verlaagd en in welke mate.

Artikel 4 Subsidiabele Activiteiten

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor het aanbieden van één of meer vrij toegankelijke voorzieningen op het gebied van:

  • a.

    maatschappelijk werk;

  • b.

    onafhankelijke cliëntondersteuning;

  • c.

    praktische ondersteuning;

  • d.

    mantelzorgondersteuning;

  • e.

    vrijwilligersondersteuning;

  • f.

    ontmoetingsvoorzieningen,

mits de activiteiten passen in het Uitvoeringskader.

Artikel 5 Subsidievoorwaarden

  • 1.

    De subsidiabele activiteiten moeten plaatsvinden in de gemeente Altena.

  • 2.

    De subsidiabele activiteiten moeten bijdragen aan:

    • a.

      het vroegtijdig signaleren van problemen bij burgers om hulpvragen aan de gemeente en om erger te voorkomen;

    • b.

      de zelfredzaamheid van inwoners;

    • c.

      de samenwerking tussen inwoners, subsidieontvanger, familie, buren, dorpsgenoten en al dan niet georganiseerde vrijwilligers; en

    • d.

      een inclusieve en toegankelijke samenleving.

  • 3.

    De subsidieaanvrager en de deelnemers aan een samenwerkingsverband zijn ingebed in de welzijnsinfrastructuur van de gemeente Altena.

  • 4.

    De samenwerkingsovereenkomst van een samenwerkingsverband biedt naar het oordeel van het college voldoende basis voor de samenwerking en de uitvoering van de subsidiabele activiteiten overeenkomstig de aanvraag.

Artikel 6 Subsidieontvanger

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan:

  • a.

    professionele welzijnsorganisaties;

  • b.

    een samenwerkingsverband van professionele welzijnsorganisaties;

  • c.

    vrijwilligersorganisaties welzijn voor zover het een subsidie voor praktische ondersteuning betreft;

  • d.

    een samenwerkingsverband van vrijwilligersorganisaties welzijn en/of professionele welzijnsorganisaties voor zover het een subsidie voor praktische ondersteuning betreft.

Artikel 7 Penvoerder en subsidieverlening samenwerkingsverband

  • 1.

    Een subsidieaanvraag van een samenwerkingsverband wordt ingediend door één van de deelnemers die optreedt als penvoerder.

  • 2.

    De penvoerder is namens het samenwerkingsverband het aanspreekpunt voor het bevoegd gezag voor alle zaken die de subsidieaanvraag betreffen. De penvoerder draagt zorg voor de aanlevering van stukken zoals voortgangsrapportages en de aanvraag tot vaststelling.

  • 3.

    De subsidie wordt verleend aan de deelnemers aan het samenwerkingsverband, ieder voor zover het zijn aandeel in de subsidiabele activiteiten betreft.

Artikel 8 Vragenronde

  • 1.

    Het college stelt potentiële aanvragers in de periode van 21 mei 2021 tot en met 28 mei 2021 in de gelegenheid per e-mail vragen in te dienen over de toepassing van de regeling en de procedure.

  • 2.

    De vragen en antwoorden worden uiterlijk 4 juni 2021 op de website van de gemeente Altena gepubliceerd.

Artikel 9 Indieningsvereisten aanvraag subsidie

  • 1.

    Aanvragers dienen hun aanvraag digitaal in door middel van het online aanvraagformulier Subsidieregeling Oog voor Elkaar 2022 - 2024 en het bijbehorende format voor het plan van aanpak. Zij maken daarbij gebruik van E-herkenning.

  • 2.

    Naast de gegevens zoals genoemd in artikel 6 van de ASV wordt de aanvraag vergezeld van:

    • a.

      het plan van aanpak van maximaal 5 pagina’s A4 per subsidiabele activiteit.

    • b.

      een uittreksel van de Kamer van Koophandel dat niet ouder is dan zes maanden.

  • 3.

    In het plan van aanpak vermeldt de aanvrager:

    • a.

      het uurtarief voor medewerkers geschoold op MBO- en geschoold op HBO-niveau;

    • b.

      de door aanvrager gevolgde CAO;

    • c.

      het overhead-percentage dat onderdeel is van het uurtarief.

  • 4.

    Maakt de aanvrager overige kosten die niet zijn opgenomen in het overhead-percentage, dan neemt hij deze separaat op en licht hij per kostenpost toe wat het doel van de kosten is en waarom deze geen onderdeel zijn van het overheadpercentage.

  • 5.

    In geval van een aanvraag van een samenwerkingsverband, wordt een gezamenlijk plan van aanpak ingediend waarin de activiteiten en kosten daarvan per deelnemer zijn uitgesplitst en wordt daarnaast het volgende overgelegd:

    • a.

      van iedere deelnemer aan het samenwerkingsverband de stukken als bedoeld in het tweede lid onder b;

    • b.

      de ondertekende samenwerkingsovereenkomst tussen de deelnemers waarin de afspraken over de samenwerking met betrekking tot de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zijn vastgelegd;

    • c.

      een machtiging van de deelnemers waaruit blijkt dat zij de penvoerder als zodanig gemachtigd hebben voor het uitvoeren van zijn taken op grond van deze regeling.

  • 6.

    Aanvragen die niet voldoen aan de indieningsvereisten worden geweigerd.

Artikel 10 Aanvraagtermijn

  • 1.

    In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de ASV, wordt een aanvraag om een subsidie uiterlijk 15 juli 2021 ingediend.

  • 2.

    De indiener van een onvolledige aanvraag die vóór 1 juli 2021 is ontvangen, wordt in de gelegenheid gesteld zijn aanvraag aan te vullen tot en met uiterlijk 15 juli 2021.

  • 3.

    Aanvragen die op 15 juli 2021 niet volledig zijn ontvangen, worden geweigerd.

Artikel 11 Beslistermijn en begrotingsvoorbehoud

  • 1.

    In afwijking van artikel 8, eerste lid, van de ASV, beslist het college uiterlijk 14 september 2021 op de aanvragen.

  • 2.

    Het college verleent de subsidie onder de voorwaarde dat de gemeenteraad voldoende gelden ter beschikking stelt in de begroting.

Artikel 12 Maximumaantal subsidies

  • 1.

    Per subsidiabele activiteit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a tot en met f, kan een aanvrager of een deelnemer aan een samenwerkingsverband één aanvraag indienen.

  • 2.

    Indien een subsidieaanvrager meer dan één aanvraag per subsidiabele activiteit indient en één van de aanvragen is ingediend door een samenwerkingsverband, dan wordt de aanvraag van het samenwerkingsverband in behandeling genomen en worden andere aanvragen geweigerd.

  • 3.

    In andere gevallen dan in het tweede lid omschreven, bepaalt het college na overleg welke aanvraag of aanvragen buiten behandeling wordt of worden gelaten.

Artikel 13 Subsidietijdvak

Subsidie wordt verleend voor de periode 2022 tot en met 2024.

Artikel 14 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Subsidie wordt verstrekt ter dekking van de noodzakelijke kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten.

  • 2.

    Prijsindexatie vindt niet plaats.

Artikel 15 Hoogte van de subsidie

Een subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten.

Artikel 16 Wijze van verdeling subsidieplafond

  • 1.

    Het college rangschikt de subsidieaanvragen die voldoen aan de voorwaarden per subsidiabele activiteit als bedoeld in artikel 4, onder a tot en met f, na een onderlinge vergelijking en verstrekt de subsidie op volgorde van de rangschikking waarbij de aanvraag met de hoogste totaalscore als eerste wordt gerangschikt.

  • 2.

    Een aanvraag wordt beoordeeld op basis van de drie in onderstaande tabel opgenomen criteria.

    Onderdeel

    Maximaal aantal punten

    1. Aanpak - Beschrijving hoe opgegeven activiteiten bijdragen aan het maatschappelijk doel, ontwikkelingen, inhoud en aandachtspunten binnen de maatschappelijk opgave als omschreven in bijlage 1 van het uitvoeringskader

    30 punten

    2. Uitvoeringsvoorwaarden - Beschrijving hoe de opgegeven activiteiten bijdragen aan de vier uitvoeringsvoorwaarden als omschreven in hoofdstuk 5 van het uitvoeringskader

    40 punten

    3. Resultaat – In welke mate worden de beoogde resultaten binnen de maatschappelijke opgave als omschreven bij ‘gewenste resultaten’ in bijlage 1 van het uitvoeringskader bereikt? Hoe is de verhouding tussen de gevraagde subsidiebijdrage en de verwachte aantallen te bereiken vrijwilligers en inwoners.

    30 punten

    Totaal:

    100 punten

  • 3.

    Voor het beoordelingscriterium Uitvoeringsvoorwaarden wordt maximaal 40 punten toegekend, voor het beoordelingscriterium Aanpak en Resultaat worden maximaal 30 punten.

  • 4.

    Na de puntentoekenning worden de aanvragen gerangschikt op basis van de totaalscore, waarbij de aanvraag met het hoogste puntenaantal als eerste in de rangschikking wordt opgenomen.

  • 5.

    De volgorde van gelijk geplaatste subsidieaanvragen wordt door middel van loting bepaald wanneer subsidieverlening zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond.

  • 6.

    Wanneer door toekenning van een aanvraag het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de subsidie gedeeltelijk verleend. Na overleg met de aanvrager bepaalt het college voor welke activiteiten de subsidie wordt verleend.

  • 7.

    Vindt het college niet aannemelijk dat de subsidieaanvrager na gedeeltelijke verlening van de subsidie de activiteiten uit zal voeren, dan weigert het de subsidie.

  • 8.

    Rangschikking blijft achterwege wanneer de subsidieverlening voor de aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie, niet zal leiden tot overschrijding van het subsidieplafond. Het college toetst in dat geval op basis van de criteria genoemd in het tweede lid of sprakeis van een weigeringsgrond als genoemd in artikel 17.

Artikel 17 Aanvullende weigeringsgronden

In aanvulling op de weigeringsgronden genoemd in de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de

Algemene wet bestuursrecht en in de ASV, weigert het college de subsidie wanneer:

  • a.

    de totaalscore van een aanvraag minder dan 55 punten bedraagt;

  • b.

    aan het criterium Aanpak minder dan 16 punten zijn toegekend;

  • c.

    aan het criterium Uitvoeringsvoorwaarden minder dan 21 punten zijn toegekend; of

  • d.

    aan het criterium Resultaat minder dan 16 punten worden toegekend.

Artikel 18 Verplichtingen

  • 1.

    De ontvanger van een subsidie die hoger is dan 100.000,00 euro:

    • a.

      voert voor 1 juli 2023 een klanttevredenheidsonderzoek uit;

    • b.

      sluit een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering af tegen wettelijke aansprakelijkheid ter dekking van een bedrag van EUR 2.500.000,00 per kalenderjaar met minimale dekking per gebeurtenis van EUR 1.000.000,00;

    • c.

      laat de activiteiten uitvoeren door personeel dat voldoet aan de eisen die gesteld zijn aan de functie conform de van toepassing zijnde CAO.

  • 2.

    Een subsidieontvanger voert met de volgende frequentie een voortgangsgesprek met de accounthouder van de gemeente om de voortgang en effecten van de activiteiten te bespreken:

    • a.

      als de verleende subsidie lager is dan EUR 50.000,-: jaarlijks 1 gesprek;

    • b.

      als de verleende subsidie EUR 50.000,- of hoger is: halfjaarlijks een gesprek;

  • 3.

    De voortgangsgesprekken worden gevoerd op basis van voortgangsrapportages waarin in ieder geval de resultaten op de in het Uitvoeringskader voor de betreffende subsidiabele activiteit genoemde indicatoren zijn opgenomen of op grond van de gegevens die bij de aanvraag tot jaarlijkse vaststelling van de subsidie zijn overgelegd.

  • 4.

    De voortgangsgesprekken kunnen leiden tot bijstelling van het plan van aanpak dat bij de subsidieaanvraag is overgelegd. Bijstelling van het plan van aanpak is uitsluitend mogelijk binnen het Uitvoeringskader en kan geen betrekking hebben op andere subsidiabele activiteiten dan waarvoor de subsidie werd verleend.

  • 5.

    De subsidieontvanger heeft en houdt de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vastgesteld en handelt conform deze meldcode.

Artikel 19 Verantwoording

  • 1.

    De subsidie wordt jaarlijks vastgesteld. De bepalingen in de ASV zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 2.

    Wanneer de subsidie is verleend voor activiteiten die worden uitgevoerd door een samenwerkingsverband, draagt de penvoerder zorg voor de indiening van de aanvraag tot vaststelling waarin de gegevens van alle deelnemers zodanig zijn verwerkt, dat de aanvraag per deelnemer kan worden vastgesteld.

  • 3.

    In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 14, tweede lid en 15, tweede lid, onder a van de ASV, bevat het inhoudelijke verslag dat bij de aanvraag tot vaststelling wordt overgelegd de resultaten op de in het Uitvoeringskader voor de betreffende subsidiabele activiteit genoemde indicatoren.

  • 4.

    De subsidieverlener kan bij de subsidieontvanger bewijsstukken opvragen waaruit blijkt dat aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 18, eerste en vijfde lid, is voldaan.

Artikel 20 Bevoorschotting en betaling in gedeelten

  • 1.

    In de eerste maand van ieder kwartaal stelt het college een voorschot beschikbaar van een twaalfde van het verleende subsidiebedrag voor het tijdvak 2022 tot en met 2024.

  • 2.

    In geval van een samenwerkingsverband stelt het college de voorschotten beschikbaar aan de individuele subsidieontvangers.

Artikel 21 Slotbepalingen

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag volgende op de dag van openbare bekendmaking en vervalt op 31 december 2024.

  • 2.

    Op subsidies die zijn verleend voor 31 december 2024 blijft deze regeling van toepassing.

  • 3.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Oog voor Elkaar 2022-2024.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders d.d. 11 mei 2021

De voorzitter,

De gemeentesecretaris,

Toelichting

Algemene Toelichting

 

Financiële tekorten en de herindeling van de gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem tot de gemeente Altena, zijn redenen voor de herziening van het beleid ten aanzien van de ‘vrij toegankelijke voorzieningen’ in onze gemeente. Het herziene beleid is vastgelegd in het Uitvoeringskader “Oog voor Elkaar - vrij toegankelijke voorzieningen” (hierna: Uitvoeringskader) en de Subsidieregeling Oog voor Elkaar 2022 – 2024 (hierna: Subsidieregeling). De Subsidieregeling Oog voor Elkaar 2022 – 2024 stelt diverse activiteiten subsidiabel, mits die activiteiten passen in het Uitvoeringskader.

Het Uitvoeringskader is in overleg met het maatschappelijk beleid tot stand gekomen. Ideeën, uitdagingen, ambities en wensen zijn geïnventariseerd tijdens gesprekken met ervaringsdeskundigen, maatschappelijke organisaties, uitvoerders, de adviesraad Sociaal Domein en ketenpartners binnen het platform Wonen, Zorg en Welzijn. Eén en ander heeft zich vertaald in zes maatschappelijke opgaven die in het Uitvoeringskader zijn uitgewerkt en op grond van de Subsidieregeling subsidiabel zijn:

  • 1.

    maatschappelijk werk;

  • 2.

    onafhankelijke cliëntondersteuning;

  • 3.

    praktische ondersteuning;

  • 4.

    mantelzorgondersteuning;

  • 5.

    vrijwilligersondersteuning;

  • 6.

    ontmoetingsvoorzieningen.

 

De uitwerking van de maatschappelijke opgaven is opgenomen in bijlage 1 bij het Uitvoeringskader. Per opgave of subsidiabele activiteit is het volgende uitgewerkt:

  • -

    de ambitie waaraan de maatschappelijke opgave bijdraagt;

  • -

    het maatschappelijk doel;

  • -

    achtergrondinformatie over de gemeente Altena en de uitdagingen die er zijn bij het uitvoeren van de maatschappelijke opgave;

  • -

    de gewenste situatie waar de uitvoering van de maatschappelijke opgave toe moet leiden en:

    • de eventuele aandachtspunten en vraagstukken die daarbij spelen;

    • de doelgroep voor wie de maatschappelijke opgave moet worden uitgevoerd;

    • de gewenste resultaten;

    • de indicatoren aan de hand waarvan we meten of de beoogde resultaten zijn bereikt;

  • -

    de huidige situatie uitgedrukt in feiten en cijfers;

  • -

    het bereik van de maatschappelijke opgave;

  • -

    de landelijke en gemeentelijke kaders waarbinnen de maatschappelijke opgave wordt uitgevoerd (regelgeving, convenanten en beleid).

Verdeling subsidieplafonds via tenderprocedure

De subsidies worden voor een periode van drie jaren verleend. Per subsidiabele activiteit is een subsidieplafond vastgesteld voor ditzelfde tijdvak. Zij het, dat er voor de subsidiabele activiteit ‘praktische ondersteuning’ twee subsidieplafonds zijn vastgesteld: één plafond voor de professionele welzijnsorganisaties en één plafond voor de vrijwilligersorganisaties welzijn.

De procedure die wordt gevolgd om de subsidieplafonds te verdelen is een tenderprocedure: alle subsidieaanvragen worden gelijktijdig inhoudelijk beoordeeld en gerangschikt naar de mate waarin zij het meest bijdragen aan de doelen die met de subsidie worden beoogd.

 

Afstemming Algemene wet bestuursrecht en Algemene subsidieverordening

De kaders waarbinnen de Subsidieregeling valt zijn de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en de Algemene subsidieverordening (ASV). De Awb (waarbij vooral de subsidietitel 4.2 van belang is) is van toepassing op het verstrekken van subsidies op grond van de Subsidieregeling. De ASV van de gemeente Altena is ook van toepassing. De ASV bevat veel procedurele bepalingen zoals indienings- en beslistermijnen, maar ook weigeringsgronden en verplichtingen. Deze bepalingen zijn ook van toepassing op subsidies die worden aangevraagd en verstrekt op grond van de Subsidieregeling, tenzij in die regeling van de ASV wordt afgeweken. Op dit moment geldt de ASV Altena 2019. Wanneer deze wordt vervangen door een nieuwe ASV is die nieuwe ASV van toepassing.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Voor zover nodig worden de artikelen of artikelonderdelen hieronder toegelicht.

 

Artikel 3 Subsidieplafonds

 

Zie de algemene toelichting onder ‘Verdeling subsidieplafonds via tenderprocedure’.

 

Begrotingsvoorbehoud en verlaging subsidieplafonds

Uiterlijk 14 september 2021 beslist het college op de subsidieaanvragen (zie artikel 11). Op dat moment is de begroting 2022 nog niet vastgesteld. De subsidies worden daarom verleend onder de voorwaarde dat de gemeenteraad voldoende financiële middelen in de begroting beschikbaar stelt (artikel 11, tweede lid). Is dat niet het geval dan zal het college met een beroep op het begrotingsvoorbehoud subsidieverleningsbeschikkingen intrekken binnen 4 weken nadat de begroting is vastgesteld (artikel 4:34, vierde en vijfde lid Awb). Ook zal dit leiden tot een verlaging van één of meer subsidieplafonds (artikel 3, tweede lid). Het college is bevoegd te bepalen welke verleningsbeschikkingen worden ingetrokken en welke subsidieplafonds worden verlaagd en met welk bedrag (artikel 3, derde lid).

 

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

 

Het aanbieden van één of meer vrij toegankelijke voorzieningen op het gebied van de maatschappelijke opgaven is subsidiabel:

  • a.

    maatschappelijk werk;

  • b.

    onafhankelijke cliëntondersteuning;

  • c.

    praktische ondersteuning;

  • d.

    mantelzorgondersteuning;

  • e.

    vrijwilligersondersteuning;

  • f.

    ontmoetingsvoorzieningen

 

De subsidiabele activiteiten zijn in de Subsidieregeling ruim omschreven, maar moeten passen in het Uitvoeringskader. Daardoor worden zij verder ingekaderd. Van subsidieaanvragers wordt verwacht dat zij het Uitvoeringskader erop naslaan voordat zij een aanvraag indienen.

 

Artikel 5 Subsidievoorwaarden

 

De subsidieaanvragen worden getoetst aan de voorwaarden die zijn opgesomd in artikel 5. Wordt niet aan de voorwaarden voldaan, dan weigert het college de subsidie.

  • 1.

    de activiteiten moeten worden uitgevoerd in de gemeente Altena.

  • 2.

    de activiteiten moeten bijdragen aan de vier uitvoeringsvoorwaarden die ook zijn omschreven in onderdeel 5 van het Uitvoeringskader: vroegtijdig signaleren, zelfredzaamheid, samenwerking en een inclusieve en toegankelijke samenleving. Een activiteit moet bijdragen aan alle voorwaarden.

  • 3.

    om de activiteiten effectief en efficiënt uit te kunnen voeren, is noodzakelijk dat de instellingen ingebed zijn in de welzijnsinfrastructuur van de gemeente Altena. Alleen dan kunnen zij hun weg makkelijk vinden naar andere instellingen, samenwerkingen aangaan en relaties onderhouden met vrijwilligersorganisaties actief op het terrein van de maatschappelijke opgaven; relaties onderhouden met professionele en vrijwillige organisaties op het gebied van onderwijs, sport, cultuur, bibliotheekwerk of op aanverwante terreinen van de maatschappelijke opgaven.

  • 4.

    wordt de aanvraag door een samenwerkingsverband ingediend, dan moet aan die samenwerking een overeenkomst ten grondslag liggen. Die overeenkomst moet de taken, verantwoordelijkheden en verplichtingen van de deelnemers duidelijk vastleggen. Is dit niet goed geregeld, dan vormt dit een risico voor de uitvoering van de activiteiten overeenkomstig de aanvraag. Als de samenwerkingsovereenkomst naar het oordeel van het college onvoldoende basis biedt, dan weigert het de subsidie.

 

Artikel 6 Subsidieontvanger

Subsidie wordt verleend aan professionele welzijnsorganisaties en vrijwilligersorganisaties welzijn en aan samenwerkingsverbanden van professionele welzijnsorganisaties en/of vrijwilligersorganisaties welzijn.

Vrijwilligersorganisaties welzijn of een samenwerkingsverband daarvan, kunnen uitsluitend subsidie ontvangen voor het aanbieden van vrij toegankelijke voorzieningen op het gebied van praktische ondersteuning. Aanvragen van deze organisaties of samenwerkingsverbanden komen ten laste van het subsidieplafond als bedoeld in artikel 3 , eerste lid onder c. 2o Praktische ondersteuning door vrijwilligersorganisaties welzijn.

 

Artikel 7 Penvoerder

 

De penvoerder is een van de deelnemers aan een samenwerkingsverband. Hij dient de aanvraag om subsidie en de aanvraag tot vaststelling van de subsidie in, en verricht de coördinerende werkzaamheden die daarvoor nodig zijn. De penvoerder is het aanspreekpunt voor alle zaken rondom de subsidie voor het college en draagt dus ook zorg voor de aanlevering van benodigde stukken als voortgangsrapportages. Het college kan zich voor alle communicatie richten tot de penvoerder en bijvoorbeeld de verleningsbeschikking sturen naar de penvoerder die zorgdraagt voor verspreiding onder de overige deelnemers. De individuele deelnemers aan het samenwerkingsverband zijn wel ook allemaal subsidieontvanger. Voorschotten worden rechtstreeks aan hen betaald (artikel 20). De aanvraag tot vaststelling wordt per deelnemer uitgesplitst. De situatie kan zich voordoen dat de subsidie van de ene deelnemer lager wordt vastgesteld en de subsidie van de overige deelnemers niet.

 

Artikel 8 Vragenronde

 

Er is een mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke vragen. Potentiële aanvragers kunnen tussen 21 mei 2021 en 28 mei 2021 vragen stellen over de inhoud en de procedure van deze subsidietender. Vragen kunnen worden gesteld door een email te sturen naar Key2subsidie@gemeentealtena.nl. De vragen & antwoorden worden uiterlijk 4 juni 2021 op de website https://www.gemeentealtena.nl/subsidies-en-regelingen/subsidies gepubliceerd.

 

Geen communicatie over de inhoud van aanvragen

Tijdens een tenderprocedure mag niet over de inhoud van subsidieaanvragen worden gesproken, tenzij iedereen dezelfde mogelijkheid heeft om kennis daarover te verwerven zoals bij de geschetste vragenronde. Dat betekent dat het college of ambtenaren geen vragen zullen beantwoorden buiten de schriftelijke vragenronde om.

 

Artikel 10 Aanvraagtermijn

In een tenderprocedure geldt dat aanvragen die te laat zijn ingediend, geweigerd worden. Te laat is te laat. Een aanvraag moet dus uiterlijk 15 juli 2021 zijn ontvangen. Ook stukken als een begroting of uittreksel van de Kamer van Koophandel moeten uiterlijk 15 juli zijn ontvangen. De indiener van een onvolledige aanvraag mag daarom niet in de gelegenheid worden gesteld na 15 juli zijn aanvraag aan te vullen. Om voldoende tijd te hebben voor de beoordeling of een aanvraag volledig is en nog vóór 16 juli 2021 aan te kunnen vullen, worden alleen indieners van onvolledige aanvragen die vóór 1 juli 2021 (dus uiterlijk 30 juni 2021) zijn ontvangen, nog in de gelegenheid gesteld hun aanvraag aan te vullen.

 

Artikel 12 Maximumaantal subsidies

Voor de hypothetische situatie waarin een aanvrager voor één subsidiabele activiteit meerdere aanvragen heeft ingediend en één daarvan door een samenwerkingsverband, is geregeld dat de aanvraag van het samenwerkingsverband dan in behandeling wordt genomen en de andere aanvragen worden geweigerd. In andere situaties beslist het college na overleg.

 

Artikel 16 Wijze van verdeling subsidieplafond

 

Artikel 16 beschrijft de wijze van verdeling van het subsidieplafond onder de aanvragen. De aanvragen worden inhoudelijk beoordeelt op de drie criteria in de tabel.

Onderdeel

Maximaal aantal punten

1. Aanpak - Beschrijving hoe opgegeven activiteiten bijdragen aan het maatschappelijk doel, ontwikkelingen, inhoud en aandachtspunten binnen de maatschappelijk opgave als omschreven in bijlage 1 van het uitvoeringskader.

30 punten

2. Uitvoeringsvoorwaarden - Beschrijving hoe de opgegeven activiteiten bijdragen aan de vier uitvoeringsvoorwaarden als omschreven in hoofdstuk 5 van het uitvoeringskader.

40 punten

3. Resultaat – In welke mate worden de gewenste resultaten binnen de maatschappelijke opgave als omschreven in bijlage 1 van het uitvoeringskader bereikt? Hoe is de verhouding tussen de gevraagde subsidiebijdrage en de verwachte aantallen te bereiken vrijwilligers en inwoners.

30 punten

Totaal:

100 punten

Naarmate een aanvraag beter voldoet aan de criteria, worden meer punten toegekend. De totaalscore bepaalt de plaats in de rangschikking. Die rangschikking loopt van de hoogste totaalscore (nummer 1) naar de laagste totaal score. De aanvragen worden vanaf nummer 1 toegekend totdat het subsidieplafond is bereikt. In de rangschikking worden vanzelfsprekend alleen die aanvragen opgenomen, die voldoen aan de voorwaarden en andere vereisten van de Subsidieregeling en andere toepasselijke regelingen zoals een tijdige indiening en ondertekening van de aanvraag.

 

De aanvragen worden per subsidiabele activiteit beoordeeld op:

  • 1.

    de aanpak. Aangegeven moet worden hoe de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd aansluit op de ontwikkelingen en bijdraagt aan het maatschappelijk doel, inhoud en aandachtspunten van de betreffende maatschappelijke opgave. Een subsidieaanvrager moet daarvoor teruggrijpen op het beoogde doel, ontwikkelingen, inhoud en aandachtspunten die zijn omschreven bij die maatschappelijke opgave in bijlage 1 van het Uitvoeringskader.

  • 2.

    de uitvoeringsvoorwaarden. Een activiteit moet sowieso bijdragen aan de uitvoeringsvoorwaarden als genoemd in artikel 5, tweede lid, van de Subsidieregeling en nader omschreven in hoofdstuk 5 van het Uitvoeringskader. Draagt de activiteit niet aan één of meer van deze voorwaarden bij, dan wordt de aanvraag geweigerd. In het kader van de inhoudelijke beoordeling wordt bekeken in welke mate de activiteit bijdraagt aan de uitvoeringsvoorwaarden. Naarmate een activiteit meer bijdraagt, worden er meer punten voor dit criterium toegekend.

  • 3.

    het resultaat. De aanvraag geeft aan welke concrete resultaten en hoeveel vrijwilligers en inwoners zullen worden bereikt. Welke gewenste resultaten het college voor ogen heeft is per maatschappelijke opgave omschreven in bijlage 1 van het Uitvoeringskader.

 

Een ambtelijke beoordelingscommissie met drie leden beoordeelt de aanvragen onder voorzitterschap van de projectleider Welzijnssubsidies. De projectleider beoordeelt niet mee. De commissie bestaat uit minimaal één inhoudelijk betrokken beleidsmedewerker van het Team Samenleving en minimaal één inhoudelijk betrokken uitvoerend medewerker van het Team Toegang. De aanvragen worden dus door minimaal drie personen inhoudelijk beoordeeld op de onderdelen Aanpak, Uitvoeringsvoorwaarden en Resultaat.

 

De leden van de ambtelijke beoordelingscommissie beoordelen de aanvragen op de genoemde beoordelingscriteria eerst afzonderlijk van elkaar. Elk lid geeft dus eerst individueel een score aan een onderdeel op basis van de genoemde criteria. De beoordeling is absoluut, wat betekent dat (leden van) de beoordelingscommissie aanvragen niet ten opzichte van elkaar beoordelen. Als de leden van de beoordelingscommissie hun individuele oordelen hebben afgegeven, komen zij daarna in de beoordelingscommissie tot een eindoordeel per maatschappelijke opgave.

 

De ambtelijke beoordelingscommissie maakt gebruik van onderstaande tabel om tot een score te komen:

Weging

Uitleg

% van het

Maximaal te behalen punten

Uitstekend

Naar het oordeel van de beoordelaar heeft de aanvrager een uitstekend inhoudelijk relevant, toepasselijk en volledig antwoord gegeven in relatie tot de beschreven beoordelingsaspecten bij het betreffende criterium en het beoogde resultaat. Het antwoord is SMART omschreven en voldoet aan de maatschappelijke opgave beschreven in hoofdstuk 7 van het uitvoeringskader.

100%

Goed

Naar het oordeel van de beoordelaar heeft de aanvrager een goed inhoudelijk relevant, toepasselijk en volledig antwoord gegeven in relatie tot de beschreven beoordelingsaspecten bij het betreffende criterium en het beoogde resultaat. Het antwoord is SMART omschreven en voldoet aan de maatschappelijke opgave beschreven in hoofdstuk 7 van het uitvoeringskader.

80%

Voldoende

Naar het oordeel van de beoordelaar heeft de aanvrager een voldoende inhoudelijk relevant, toepasselijk en volledig antwoord gegeven in relatie tot de beschreven beoordelingsaspecten bij het betreffende criterium en het beoogde resultaat.

Het antwoord is SMART omschreven en voldoet niet volledig aan de maatschappelijke opgave beschreven in hoofdstuk 7 van het uitvoeringskader. Er is op enkele punten nog verbetering nodig.

60%

Matig

Naar het oordeel van de beoordelaar heeft de aanvrager een matig inhoudelijk relevant, niet volledig toepasselijk en op enkele punten onvolledig antwoord gegeven in relatie tot de beschreven beoordelingsaspecten bij het betreffende criterium en het beoogde resultaat. Het antwoord is niet SMART omschreven en/of voldoet op meerdere punten niet aan de maatschappelijke opgave beschreven in hoofdstuk 7 van het uitvoeringskader.

40%

Onvoldoende

Aanvrager geeft naar het oordeel van de beoordelaar onvoldoende of geen inhoudelijk antwoord in relatie tot de beschreven beoordelingsaspecten bij het betreffende criterium en het beoogde resultaat of heeft de vraag in zijn geheel overgeslagen.

Het college weigert de aanvraag.

De ambtelijke beoordelingscommissie rangschikt hierna de beoordeelde aanvragen op basis van het totaal aantal punten dat aan een aanvraag is toegekend van hoog naar laag en adviseert het college de aanvragen in volgorde van de rangschikking te honoreren.

 

Artikel 17 Aanvullende weigeringsgronden

 

Om te borgen dat een gesubsidieerde aanvraag voldoende kwaliteit heeft en bijdraagt aan het realiseren van de beleidsdoelen als verwoord in het Uitvoeringskader, geldt de eis dat een minimumaantal punten moet zijn behaald:

  • -

    de totaalscore is minimaal 55 punten;

  • -

    de score op het beoordelingscriterium Uitvoeringsvoorwaarden is minimaal 21 punten;

  • -

    de score op het de criteria Aanpak en Resultaat bedragen is minimaal 16 punten per criterium.

 

Artikel 18 Verplichtingen

Van belang is dat vinger aan de pols gehouden wordt gedurende de uitvoering van de activiteiten. Daarom zijn de voortgangsrapportages, jaarlijkse aanvragen tot vaststelling en de op basis van die gegevens gehouden voortgangsgesprekken noodzakelijk. In de voortgangsrapportages en aanvragen tot vaststelling wordt gerapporteerd over de uitgevoerde activiteiten en behaalde resultaten. Daarbij moeten de indicatoren voor het meten van de resultaten worden vermeld. De indicatoren zijn per subsidiabele activiteit vastgelegd in bijlage 1 van het Uitvoeringskader.